Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1.3:

Artikel 3:8:

Verlenen van ontheffing wegens dringende redenen

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2018

1.. Het college ontheft een uitkeringsgerechtigde slechts van een of meer verplichtingen zoals genoemd in artikel 9, eerste lid sub a en/of c, PW, artikel 37, eerste lid, IOAW en artikel 37, eerste lid, IOAZ wanneer hiervoor dringende redenen aanwezig zijn. 2.. Het college ontheft een uitkeringsgerechtigde van de verplichtingen over de periode waarover de belemmering zich voordoet, doch maximaal voor de periode van 1 jaar. 3.. Na de periode van maximaal 1 jaar vindt een herbeoordeling plaats, die het college in het geval van ongewijzigde dan wel voortdurende omstandigheden administratief kan afhandelen. 4.. Dringende redenen zoals bedoeld in het eerste lid kunnen voortkomen uit zorgtaken, psychische en medische belemmeringen. 5.. Dringende redenen zoals bedoeld in het eerste lid, zijn in ieder geval aanwezig wanneer een uitkeringsgerechtigde is opgenomen in een inrichting, zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onder f, PW, of verblijft in een zelfstandige wooneenheid op het terrein van een inrichting. 6.. Een ontheffing gaat in beginsel vergezeld van een verplichting om de omstandigheden, die maken dat een ontheffing noodzakelijk is, teniet te doen, als dit binnen het vermogen van de belanghebbende ligt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel