**1..** Het college doet aangifte bij het Openbaar Ministerie bij een benadelingsbedrag hoger dan het bedrag genoemd in Categorie II van de Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude.
**2..** Het college doet aangifte bij het Openbaar Ministerie bij een benadelingsbedrag gelijk aan dan wel lager dan het bedrag genoemd in Categorie II van de Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude als:
**a..** er strafrechtelijke dwangmiddelen zijn toegepast;
**b..** het wenselijk is om strafrechtelijke dwangmiddelen toe te passen;
**c..** er sprake is van een combinatie met andere strafbare feiten;
**d..** dit belangrijk is gelet op de status of voorbeeldfunctie van de belanghebbende;
**e..** er sprake is van recidive met een totaal fraudebedrag hoger dan het bedrag als genoemd in Categorie II van de Richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude;
**f..** fraude is gepleegd met medeweten van uitvoerende ambtenaren;
**g..** fraude is gepleegd in georganiseerd verband, of;
**h..** feiten en omstandigheden van de verdachte hiertoe aanleiding geven en op voorhand duidelijk is dat betrokkene de boete niet kan of gaat betalen wegens het ontbreken van aflossingsruimte voor de duur van een vooraf niet te voorziene periode.
Hoofdstuk 4: › Paragraaf 4.3:
Artikel 4:14:
Strafrechtelijke afdoening
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2018