Het college verstaat onder inkomstenvrijlating de vrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel n, PW, artikel 8, tweede lid, IOAW en artikel 8, tweede lid, IOAZ.
Het doel van de inkomstenvrijlating is belanghebbende te stimuleren meer uren te gaan werken, waardoor hij geheel of gedeeltelijk onafhankelijk van de uitkering zal zijn.
Het college past de inkomstenvrijlating toe bij belanghebbenden die regulier werk hebben aanvaard, maar nog niet (volledig) onafhankelijk zijn van de uitkering.
Voor de toepassing van de inkomstenvrijlating gelden de volgende voorwaarden:
**a..** belanghebbende is ouder dan 27 jaar, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd;
**b..** belanghebbende aanvaardt reguliere arbeid, maar is daarmee niet volledig onafhankelijk van de uitkering;
**c..** belanghebbende zet zich gemotiveerd in om het aantal te werken uren per week uit te breiden met als doel zo veel mogelijk onafhankelijk te zijn van de uitkering;
**d..** de klantmanager bepaalt, in overleg met de belanghebbende, de periode waarin het college de inkomstenvrijlating toepast.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1.4:
Artikel 3:13:
Toepassing vrijlating inkomsten
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2018