Het sluitstuk van de handhavingsaanpak is de uiteindelijke sanctionering van de overtreder. Het doel hiervan is enerzijds misbruik te straffen en dus het draagvlak voor de sociale zekerheid te handhaven. Aan de andere kant beoogt het een gedragsverandering bij de overtreder te bewerkstelligen. Wanneer algemeen bekend is dat het college zwaar straft, zal daar bovendien een preventieve werking uitgaan.
Het college heeft in hoofdstuk 3 van de Verzamelverordening bepaald welke gedragingen van de klant, strijd met de wet opleveren en welke maatregel, dan wel boete, zij dientengevolge zal opleggen.
Het college heeft in de voorliggende beleidsregels nadere regels gesteld aangaande daadwerkelijke sanctionering in geval van geconstateerde fraude, voor wat betreft het opleggen van de bestuurlijke boete.
Het college vordert alle teveel of ten onrechte verstrekte uitkering terug.
Als sprake is van terugvordering van ten onrechte verleende bijstand voor levensonderhoud en er is ook sprake van verstrekking van bijzondere bijstand in dezelfde periode, dan strekt de terugvordering zich ook uit over deze bijzondere bijstand. Het kan gaan om individuele bijzondere bijstand, maar ook om de individuele inkomenstoeslag.
Hoofdstuk 5: › Paragraaf 5.5:
Artikel 5:8:
Daadwerkelijk sanctioneren in geval van geconstateerde fraude
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2018