**1..** Definitie: plaatsen waarbij personen tijdelijke, onbeloonde en additionele werkzaamheden verrichten in de zin van artikel 10a PW, die uitkeringsgerechtigden, die vooralsnog niet bemiddelbaar zijn op de arbeidsmarkt, met behoud van uitkering kunnen verrichten.
**2..** Doel: het activeren van de uitkeringsgerechtigde staat bij een participatieplaats centraal. De participatieplaats heeft geen directe arbeidstoeleiding tot doel.
**3..** Doelgroep: uitkeringsgerechtigden met geringe kans op de arbeidsmarkt, die vooralsnog niet direct bemiddelbaar zijn naar regulier werk.
**4..** Nadere voorwaarden:
**a..** in artikel 10a van de PW en artikel 6 van de Verzamelverordening zijn de voorwaarden van de participatieplaats opgenomen;
**b..** voor aanvang van de participatieplaats tekent zowel de uitkeringsgerechtigde, de werkgever als het college een overeenkomst, waarin tenminste de duur van de participatieplaats en de aard van de werkzaamheden staan beschreven;
**c..** na 6 maanden beziet het college of voortzetting van de participatieplaats zinvol is;
**d..** het college kan in verband met de participatieplaats de volgende voorzieningen inzetten:
**I..** begeleidingskosten ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde aan de werkgever;
**II..** scholing ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde, zoals opgenomen in artikel 10a, vijfde lid, van de PW, waarbij het college toetst aan de criteria zoals in dat lid zijn opgenomen;
**III..** een premie voor de belanghebbende zoals bedoeld in artikel 10a, zesde lid van de PW. De premie bedraagt per jaar 25% van het bedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, PW.
**5..** Gronden voor beëindiging: onverlet het gestelde in artikel 5 van de Verzamelverordening, eindigt de voorziening op het moment dat de overeengekomen periode eindigt.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.2:
Artikel 2:13:
Participatieplaats
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2018