**1..** Definitie: elke activiteit in het kader van een gestructureerde leersituatie die is gericht op het ontwikkelen of vergroten van kennis en/of vaardigheden van de belanghebbende.
**2..** Doel: het bijbrengen van kennis, vaardigheden of het behalen van een startkwalificatie die de arbeidsinschakeling van belanghebbende mogelijk maakt.
**3..** Doelgroep: de belanghebbende, bij wie het college of diens (potentiële) werkgever, heeft vastgesteld dat scholing noodzakelijk is, omdat arbeidsinschakeling van belanghebbende vanwege ontbrekende kennis of vaardigheden niet direct mogelijk is.
**4..** Nadere voorwaarden:
**a..** het college biedt de scholing slechts aan als:
**I..** deze verband houdt met een baangarantie; of
**II..** de scholing gezien de arbeidsmarktsituatie een significante vergroting vormt van de kans op een baan; of
**III..** deze deel uitmaakt van een arrangement dat het college heeft gesloten met een werkgever; of
**IV..** het college daartoe op grond van de wet is gehouden.
**b..** de bepaling zoals opgenomen onder artikel 3, zevende lid, van de Verzamelverordening is op deze voorziening van toepassing;
**c..** de scholing is beroepsgericht en duurt maximaal één jaar, en het betreft het goedkoopste en meest adequate alternatief;
**d..** de kosten staan in verhouding met de 'opbrengsten' die gepaard gaan met de beoogde uitkeringsafhankelijkheid van de belanghebbende.
**5..** Gronden voor beëindiging: het gestelde in artikel 5 van de Verzamelverordening is onverkort van toepassing.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.2:
Artikel 2:8:
Scholing
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2018