Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.2:

Artikel 2:8:

Scholing

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2018

1.. Definitie: elke activiteit in het kader van een gestructureerde leersituatie die is gericht op het ontwikkelen of vergroten van kennis en/of vaardigheden van de belanghebbende. 2.. Doel: het bijbrengen van kennis, vaardigheden of het behalen van een startkwalificatie die de arbeidsinschakeling van belanghebbende mogelijk maakt. 3.. Doelgroep: de belanghebbende, bij wie het college of diens (potentiële) werkgever, heeft vastgesteld dat scholing noodzakelijk is, omdat arbeidsinschakeling van belanghebbende vanwege ontbrekende kennis of vaardigheden niet direct mogelijk is. 4.. Nadere voorwaarden: a.. het college biedt de scholing slechts aan als: I.. deze verband houdt met een baangarantie; of II.. de scholing gezien de arbeidsmarktsituatie een significante vergroting vormt van de kans op een baan; of III.. deze deel uitmaakt van een arrangement dat het college heeft gesloten met een werkgever; of IV.. het college daartoe op grond van de wet is gehouden. b.. de bepaling zoals opgenomen onder artikel 3, zevende lid, van de Verzamelverordening is op deze voorziening van toepassing; c.. de scholing is beroepsgericht en duurt maximaal één jaar, en het betreft het goedkoopste en meest adequate alternatief; d.. de kosten staan in verhouding met de 'opbrengsten' die gepaard gaan met de beoogde uitkeringsafhankelijkheid van de belanghebbende. 5.. Gronden voor beëindiging: het gestelde in artikel 5 van de Verzamelverordening is onverkort van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel