Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1.3:

Artikel 3:12:

Ontheffing alleenstaande ouders

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2018

1.. Het college verleent een alleenstaande ouder met een zorgtaak voor een kind, jonger dan vijf jaar, op verzoek van betrokkene, eenmalig een ontheffing van de volgende verplichtingen: de arbeidsplicht; inschrijving als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf; de tegenprestatie. 2.. De re-integratieplicht en de scholingsverplichting blijven van kracht. 3.. De periode van vijf jaar hoeft geen aaneengesloten periode te zijn. Het college kan de periode tussentijds opschorten in de volgende gevallen: van rechtswege met ingang van de datum waarop het jongste kind de leeftijd van vijf jaar heeft bereikt; van rechtswege als er niet langer recht bestaat op bijstand; op verzoek van de belanghebbende. 4.. Het college stelt binnen zes maanden na het verzoek tot ontheffing door de alleenstaande ouder een Plan van Aanpak op, zoals bedoeld in artikel 9a, zevende lid, PW of artikel 38, zevende lid, IOAW of IOAZ. 5.. Na de periode van maximaal twaalf maanden vindt er een herbeoordeling plaats, naar de in het Plan van Aanpak opgenomen voorziening en de naleving hiervan door de alleenstaande ouder. 6.. Een ontheffing gaat in beginsel vergezeld van een verplichting om de omstandigheden, die maken dat een ontheffing noodzakelijk is, teniet te doen, als dit binnen het vermogen van de belanghebbende ligt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel