Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een ligplaatsvergunning intrekken indien: de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie en niet binnen drie maanden na wijziging van de gegevens door de vergunninghouder een verzoek tot wijziging is ingediend bij het college; niet (langer) wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft en/of de daarop aangewezen voorwerpen niet langer voldoet/voldoen aan redelijke eisen van welstand of een storend element vormt/vormen in het landschap; het woonschip zonder toestemming van het college gedurende een periode langer dan zes maanden aaneengesloten buiten de gemeente verblijft; de gebruiker van het woonschip niet of niet tijdig het liggeld voldoet. 2.. Het met redenen omklede besluit tot intrekking van de ligplaatsvergunning wordt door het college schriftelijk aan de vergunninghouder meegedeeld.

Rechtspraak bij dit artikel