De Wmo heeft tot doel om cliënten te laten participeren in de samenleving. Vervoer speelt hierbij een belangrijke rol. Wanneer een cliënt problemen ervaart op het gebied van vervoer zal worden onderzocht of en welke beperkingen cliënt heeft en wat de vervoersbehoefte is. Er wordt bekeken in hoeverre men zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien (bijvoorbeeld: heeft cliënt een auto of een brommer), hulp kan inschakelen van het eigen netwerk (bijvoorbeeld: kan cliënt meerijden met de buurvouw naar de kaartclub of kan een familielid uit Groningen naar cliënt toekomen in plaats van dat cliënt daar naartoe reist), gebruik kan maken van een algemene voorziening (buurtbus) of dat uiteindelijk een individuele voorziening noodzakelijk is. Om beperkingen en vervoersbehoefte inzichtelijk te maken onderscheiden we drie soorten afstanden:
De korte afstanden: loop- en fietsafstand in de directe omgeving (bijvoorbeeld om een brief te posten, kinderen naar school te brengen of de dichtst bijzijnde winkels te bezoeken).
De middellange afstanden: dat zijn de afstanden die een persoon zonder beperkingen per fiets, brommer, auto of openbaar vervoer aflegt binnen de regio (bijvoorbeeld naar een ziekenhuis, sportfaciliteiten of uitgaanscentra).
De lange afstanden: naar bestemmingen buiten de regio.
Bij de korte en middellange afstanden wordt in de regel een straal van 10 tot 15 kilometer aangehouden.
Uit jurisprudentie blijkt dat om te kunnen participeren de cliënt de mogelijkheden moet hebben om jaarlijks lokaal en regionaal 1.500 km te kunnen reizen. Omdat ieders reisgedrag verschillend is, kan eventueel een gemotiveerd verzoek tot een verhoogd budget worden gedaan. Er zal dan worden onderzocht of in maatwerk een uitbreiding van het kilometerbudget mogelijk is. De Provincie Noord-Brabant heeft een bindend openbaar vervoer advies ingevoerd. Dit houdt in dat wanneer bij het boeken van een rit blijkt dat er een goed OV alternatief is, alleen tegen het hoge doorreistarief gebruik gemaakt kan worden van de Deeltaxi. Het OV advies geldt niet voor Wmo pashouders. Echter, wanneer het kilometerbudget van een Wmo pashouder is verbruikt, geldt deze reiziger als OV reiziger en kan deze een bindend OV advies krijgen. Daarom is ervoor gekozen een Wmo-bovenbudget contract af te sluiten met het KCV. Een Wmo-reiziger blijft met dit contract een Wmo-reiziger en wordt geen OV-reiziger. De Wmo-reiziger betaalt vervolgens wel het OV-tarief (niet zijnde het vrij-reizigerstarief).
Alle buitenregionale vervoersdoelen vallen buiten de reikwijdte van de Wmo. Hiervoor is Valys door de wetgever aangewezen. Om Valys aan te vragen moet cliënt kunnen aantonen dat hij een indicatie heeft voor lokaal collectief vervoer of de beschikking hebben over een OV-Begeleiderspas.
Waar voor het resultaat begeleiding (zie hiervoor 7.5) vervoer aan de orde is voor de oplossing van de hulpvraag maakt dat vervoer onderdeel uit van de maatwerkvoorziening begeleiding en valt dit niet onder het resultaat ‘zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel’.
Op de website ikwilvervoer.nl staan de lokale mogelijkheden van vervoer opgenomen. Op deze site kan ook een openbaar vervoeradvies gezocht worden.
Hoofdstuk
Artikel 7.4
Lokaal verplaatsen per vervoermiddel
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2018 gemeente Etten-Leur