Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening Diemen 2010

In deze verordening wordt verstaan onder: boom: een houtachtig, levend of afgestorven, overblijvend gewas met een dwars-doorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; houtopstand: één of meer bomen, boomvormer, hakhout, (lint)begroeiing, struweel, klimplant, bosplantsoen, sierplantsoen, houtwal of heg; vellen: het rooien, het dunnen, het kappen, het verplanten, het snoeien, het kandelaberen daaronder begrepen, van meer dan 30% van de kroon of het wortelgestel van een boom alsmede het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van die houtopstand ten gevolge kunnen hebben; bevoegd gezag: als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Mor: (Ministeriële) Regeling omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel