Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt nadere regels vast over de hoogte van een persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen, met dien verstande dat deze hoogte in ieder geval niet meer bedraagt dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief onderhoud, reparatie en verzekering, zoals die door het college aan de leverancier zou zijn verschuldigd. Het college kan in de nadere regels bepalen welke kostenposten bij een woningaanpassing voor vergoeding middels een persoonsgebonden budget in aanmerking komen. 2.. Het college stelt nadere regels vast over de hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten, waarbij deze hoogte wordt vastgesteld aan de hand van de prijs waarvoor het college de diensten heeft gecontracteerd, met dien verstande dat het college overheadkosten buiten beschouwing kan laten bij het bepalen van de hoogte van het persoonsgebonden budget. 3.. Het college stelt nadere regels vast over de hoogte van het persoonsgebonden budget bij besteding van het persoonsgebonden budget bij een persoon die behoort tot het sociaal netwerk van de cliënt, met dien verstande dat deze tarieven in ieder geval lager zijn dan de tarieven als bedoeld in het tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel