1. Bij de beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek worden de criteria, met
uitzondering van artikel 28 lid 1 b en c, en de berekeningsmethode van de
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 gehanteerd.
2. Bij de berekening van het kwijtscheldingsverzoek van het desbetreffende jaar
wordt rekening gehouden met de aanslag waarvoor kwijtschelding is gevraagd
en
de nog op te leggen aanslagen van het desbetreffende jaar waarvoor
kwijtschelding mogelijk is.
3. De normbedragen voor de kwijtschelding worden vastgesteld op 100% van de
genormeerde uitkering ingevolge de Wet Werk en Bijstand.
4. Het vermogen wordt vastgesteld aan de normen van de Wet Werk en Bijstand voor
het desbetreffende belastingjaar.