Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3.

Artikel 13.

Overige verplichtingen.

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Noordoostpolder 2011

Als verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38 van de wet legt het college subsidieontvangers in ieder geval de volgende verplichtingen op: Een ruimtelijke voorziening dient naar aard, omvang, inrichting, situering, tariefstelling en openstellingsuren regelmatig en doelmatig gebruikt te kunnen worden voor het laten plaatsvinden van subsidiabele activiteiten. De instelling dient er zorg voor te dragen, dat waar de activiteiten plaatsvinden in een ruimtelijke voorziening: a. deze waar mogelijk en nodig geschikt is voor de in zijn bewegingen beperkte mens; b. de openstellingen zo veel mogelijk afgestemd zijn op de wensen, behoeften of mogelijkheden van de doelgroep(en) en de organisatoren en deelnemers van gesubsidieerde activiteiten. Opheffing en liquidatie: a. Indien een instelling wordt opgeheven dient het bestuur daarvan onmiddellijk schriftelijk kennis te geven aan het college; b. Bij liquidatie zijn de voorschriften omtrent de verantwoording alsmede die betreffende de vaststelling van de subsidie van overeenkomstige toepassing; c. Een met subsidie verworven batig liquidatiesaldo dient, met toepassing van het bepaalde in artikel 4:41 van de wet, zo spoedig mogelijk aan de gemeente te worden terugbetaald tot maximaal het bedrag dat in totaliteit over de laatste vijf jaren aan subsidie is verstrekt. De subsidieontvanger is verplicht tijdig en onverwijld bij de gemeente te melden als het aannemelijk is dat de gesubsidieerde activiteiten niet tijdig, niet geheel of niet volgens daaraan verbonden verplichtingen zullen worden uitgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel