**1..** Het college stelt de subsidie vast binnen acht weken na ontvangst
van de in artikel 19, tweede lid en de in artikel 20 bedoelde
verantwoording. Het college kan deze termijn eenmaal met maximaal
acht weken verlengen.
**2..** Bij de vaststelling van het in artikel 20 bedoelde subsidiebedrag
worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd, tenzij in de
beschikking tot subsidieverlening hierover anders is bepaald:
indien de subsidieontvanger de in het besluit tot
subsidieverlening opgenomen activiteiten realiseert tegen
een lager bedrag dan is verleend, wordt bij de vaststelling
van de subsidie uitgegaan van het verleende bedrag;
indien de subsidieontvanger de in het besluit tot
subsidieverlening opgenomen activiteiten realiseert tegen
een hoger bedrag dan is verleend, zijn de extra kosten
geheel voor rekening van de subsidieontvanger.
indien de subsidieontvanger meer activiteiten realiseert dan
in het besluit tot subsidieverlening is opgenomen, dient de
subsidieontvanger de kosten daarvan uit eigen middelen te
dekken;
indien de subsidieontvanger minder activiteiten realiseert
dan in het besluit tot subsidieverlening is opgenomen of de
kwaliteit van de gerealiseerde activiteiten niet voldoet aan
de daarin gestelde kwaliteitseisen, wordt bij de
vaststelling van de subsidie uitgegaan van het gebleken
lagere niveau.