1. De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per belastingjaar
a. voor een eigendom of gedeelte daarvan uitsluitend gebruikt als
woning: € 147,60
b. voor een eigendom of gedeelte daarvan gebruikt als:
wijkgebouw of onderwijslokaal € 227,76
culturele en/of recreatieve bestemming € 445,32
café-restaurant, bar of enig ander horecabedrijf, geen hotel
zijnde € 445,32
winkel, garagebedrijf, fabriek, kantoor, werkplaats of enig ander
bedrijf, geen horecabedrijf zijnde, waarin werkzaam zijn:
minder dan 5 personen € 227,76
5 tot en met 10 personen € 387,72
11 tot en met 50 personen € 776,76
51 tot en met 100 personen € 1.568,40
vermeerderd met € 726,72 voor elk honderdtal
personen of gedeelte daarvan boven de 100 personen
5. hotel of pension, huisvesting biedende aan:
minder dan 10 personen € 445,32
10 tot en met 50 personen € 1006,80
51 tot en met 100 personen € 1.785,84
vermeerderd met € 941,76 voor elk honderdtal
personen of gedeelte daarvan boven de 100 personen
6. verpleeginrichting of bejaardentehuis, huisvesting biedende aan:
minder dan 10 personen € 776,76
10 tot en met 50 personen € 1568,40
51 tot en met 100 personen € 3.137,28
vermeerderd met € 1.467,24 voor elk honderdtal
personen of gedeelte daarvan boven de 100 personen.
c. voor een gebouw, niet vallend onder één van de voorgaande
leden € 659,88