Naar hoofdinhoud

Artikel 5

De maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Noordoostpolder 2019

Als het gewenste effect van de jeugdhulp niet op eigen kracht (c.q. met gebruikelijke hulp) of met het sociale netwerk bereikt kan worden en het gewenste effect kan ook niet worden bereikt door een algemene voorziening zoals hulp door de jeugdgezondheidszorg, het algemeen maatschappelijk werk, een jeugdwelzijnsorganisatie en/ of voorliggende voorzieningen zoals Zvw of Wlz dan wordt een maatwerkvoorziening ingezet. Een maatwerkvoorziening is niet vrij toegankelijk. De inwoner heeft daarvoor een verwijzing nodig op basis waarvan de gemeente een besluit neemt. In hoofdstuk 3 staat hoe de toegang is geregeld. Het gaat om onderstaande maatwerkvoorzieningen: a. Ondersteuning, en behandeling bij het opvoeden en opgroeien: Gericht op hulp en zorg, niet zijnde preventie en begeleiding bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen. Behandeling/hulp ter bevordering van de deelname aan het maatschappelijk verkeer, niet zijnde preventie en ondersteuning, van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem, niet aangeboren hersenletsel of een psychosociaal probleem. Het herstellen van de veiligheid van de jeugdige en/of de samenleving. Het gaat om: Het stellen van diagnoses al dan niet inclusief een advies voor ondersteuning en/of behandeling voor jeugdige met psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen en/of een verstandelijke beperking. Het bieden van behandeling/ondersteuning aan een jeugdige met psychische problemen en/of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen, zodat een jeugdige zo optimaal mogelijk kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer in een zo veilig mogelijke omgeving. Wie bepaalt: De medewerker die daartoe gemandateerd is. Dagactiviteiten: Een maatwerkvoorziening dagactiviteiten vindt buiten schooltijd plaats en is gericht op: het begeleiden van een jeugdige bij zijn verslechterende zelfredzaamheid en/of participatie; of het stabiliseren van de zelfredzaamheid en/of participatie van een jeugdige; of het verbeteren van de zelfredzaamheid en/of participatie van een jeugdige. Het gaat om: ondersteuning bij en opbouwen van een sociaal netwerk voor de jeugdige; ondersteuning bij een zinvolle invulling van de (arbeidsmatige)dagbesteding; mantelzorgondersteuning; ondersteuning bij zelfredzaamheid/zelfregie; Wie bepaalt: De medewerker die daartoe gemandateerd is. Kortdurend Verblijf en/of respijtzorg: Kortdurend Verblijf omvat logeren in een andere omgeving dan het eigen woonadres gepaard gaande met ondersteuning voor een jeugdige, indien de jeugdige tijdelijk aangewezen is op permanent toezicht of in de nabijheid. Daarnaast moet Kortdurend Verblijf een ontwikkelingsgerichte functie hebben voor de jeugdige en de opvoeder(s) ter versterking van de belastbaarheid van jeugdige en/of ouder(s).Het wordt tijdelijk ingezet ter ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de jeugdige biedt en gericht op: Het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig kan worden ingegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte, en/of Het verlenen van ondersteuning op ongeregelde en/of frequente tijden, omdat de jeugdige zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen, en/of Het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar). Om in aanmerking te komen voor de functie Kortdurend Verblijf dient sprake te zijn van de volgende cumulatieve voorwaarden: dat de jeugdige een somatische, psychiatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap heeft of er sprake is van ernstige gedragsproblematiek; dat jeugdige gezien de zorgbehoefte is aangewezen op zorg gepaard gaand met permanent toezicht of toezicht in de nabijheid. dat de jeugdige maximaal drie etmalen aaneengesloten extern zorg ontvangt. en dat ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de jeugdige levert, noodzakelijk is. Afhankelijk van de mate van ondersteuning en toezicht kan bepaald worden welk tarief moet worden gehanteerd. Het betreft een interne richtlijn. Wie bepaalt: De medewerker die daartoe gemandateerd is. Voor de maatwerkvoorzieningen genoemd bij 5.1 tot en met 5.3 zijn de onderstaande mogelijkheden als het gaat om ZIN : Bij middelis er sprake van een lichte vorm van ondersteuning van ca. 2 uur tot 4 uur per etmaal, het toezicht is minder intensief en kan uitgevoerd worden door een beroepskracht op mbo-niveau cao (GHZ 40). Bij zwaar is er sprake van een vorm van ondersteuning van ca. 4 tot 7 uur per etmaal, het toezicht is iets intensiever van aard en kan uitgevoerd worden door een beroepskracht op mbo-niveau (GHZ 45) en worden gecoacht door een hbo’er. Bij offerte is er sprake van een vorm van ondersteuning van ca. 8 uur en meer per etmaal, het toezicht is intensief en wordt uitgevoerd in combinatie van mbo (GHZ 35) en hbo (J8) of alleen hbo (J8). Jeugdhulp met verblijf: Bij jeugdhulp met verblijf wordt de jeugdige uit huis geplaatst. Hierbij heeft plaatsing in een pleeggezin de voorkeur.Pleegzorg is plaatsing in gezinsverband als hulp thuis niet meer mogelijk is en een jeugdige voor korte of langere tijd uit huis moet worden geplaatst. Het gaat om een combinatie van ‘zo gewoon mogelijk opgroeien’ en professionele hulp. Het uitgangspunt van pleegzorg is dat een jeugdige zoveel mogelijk gewoon opgroeit in een gezinsomgeving. De jeugdhulpaanbieder die pleegzorg aanbiedt, draagt zorg voor de samenwerking tussen alle partijen rond de jeugdige en biedt, waar nodig professionele hulp aan de jeugdige, de pleegouders en de ouders. In plaats van pleegzorg kan de jeugdige ook worden geplaatst in een instelling voor 24 uurs-zorg. De mogelijkheden zijn: Het kan gaan om een voltijdverblijf in een pleeggezin/instelling of een deeltijdverblijf. De zorg richt zich op terugkeer naar huis of stabilisering van de plaatsing in het pleeggezin. Behandeling en begeleiding wordt op maat bepaald en geboden. Er kan hulp op maat worden ingezet voor niet alleen de jeugdige, maar ook voor de ouders. Wie bepaalt: De medewerker die daartoe gemandateerd is met een advies van een specialist (jeugdarts/gedragsdeskundige/SAVE medewerker). Ambulante crisishulp (regionaal): Voor ambulante crisishulp gelden de volgende criteria: Hulp is per direct nodig en het gezin wil ambulante hulp omdat er is sprake van ernstige verwaarlozing, er is sprake van ernstig fysiek geweld of seksueel misbruik, er moet direct in het gezag voorzien worden, de ouder of jeugdige dreigt met suïcide. Zodra ambulante crisishulp wordt ingezet stopt reguliere (ambulante) hulp. Wanneer er sprake is van crisis, is ambulante crisishulp voorliggend. Ambulante crisishulp varieert van een eenmalig participerend consult, waarbij de hulpverlener meegaat naar het gezin, tot en met een ambulant traject van 28 dagen. Ambulante crisishulp is intensieve hulp aan het gezin in hun eigen huis. In het uiterste geval wordt een logeerplek buiten het eigen huis ingezet. Wanneer de inzet van een logeerplek noodzakelijk is, gebeurt dit altijd in combinatie met ambulante crisishulp, om de jeugdige zo snel mogelijk weer in de thuissituatie te kunnen helpen. Indien een kind al een verblijfsindicatie (met uitzondering van pleegzorg) heeft wordt er geen beroep gedaan op crisisbedden. Wie bepaalt: De (huis)arts, het sociaal team, de gecertificeerde instellingen en Veilig Thuis. Specialistische jeugdhulp in de vorm van begeleiding, ondersteuning of behandeling: JeugdzorgPlus is voor jongeren met ernstige (gedrags)problemen. Zij kunnen in instellingen voor JeugdzorgPlus worden geplaatst (gesloten jeugdzorg). Zij hebben bescherming nodig tegen zichzelf of tegen anderen. Het is in het belang van de jongeren zelf dat zij een behandeling krijgen in geslotenheid. Dit voorkomt dat zij zich onttrekken aan de zorg die ze nodig hebben. Of door anderen worden onttrokken aan de zorg. 5.6 Doel is enerzijds veiligheid en bescherming bieden en anderzijds jeugdigen te stabiliseren en zodanig hulp te bieden dat het uiteindelijk bestendig op het perspectief van het traject (thuis, residentiële voorziening, pleeggezin) kan verblijven, waarbij hij een dagbesteding (onderwijs) heeft. 5.6 Het kenmerk van de maatwerkvoorziening JeugdzorgPlus is dat er beperkende maatregelen kunnen worden toegepast. De behandeling jeugdhulp is erop gericht om de impact van de beperkende maatregelen zo passend mogelijk te laten zijn, en de jeugdige voor te bereiden op een tijd waarin er geen noodzaak maar ook geen mogelijkheid meer is voor beperkende maatregelen. De jeugdige wordt geleerd om met een aantal chronisch aanwezige condities om te gaan. Deze condities kunnen gelegen zijn in de jeugdige (stoornissen, gedrag etc.), in het systeem van de Jeugdige (disfunctionele gezinssystemen) of in de bredere omgeving (vatbaarheid voor vriendengroepen, loverboys). Doel is om de jeugdige en het gezin vaardigheden bij te brengen die ervoor zorgen dat de jeugdige voldoende normaal en veilig kan participeren. 5.6 Hieronder valt: behandeling in geslotenheid (buiten de thuisomgeving) veiligheid en bescherming bieden stabiliseren en perspectief bieden dagbesteding (onderwijs) zo nodig beperkende maatregelen leren om met chronisch aanwezige condities om te gaan vaardigheden bijbrengen die er voor zorgen dat de jeugdige voldoende normaal kan participeren Wie bepaalt: De medewerker die daartoe gemandateerd is met een advies van een specialist (jeugdarts/gedragsdeskundige/SAVE medewerker). Persoonlijke verzorging: Hierbij gaat het om het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen op het gebied van de persoonlijke verzorging in verband met een somatische of psychiatrische aandoening, of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap of niet aangeboren hersenletsel, gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid. Hieronder valt: Hulp bij wassen/douchen Hulp bij aankleden Hulp bij eten en drinken Hulp bij toedienen van medicatie Hulp bij toiletbezoek Wie bepaalt: De medewerker die daartoe gemandateerd is. Vervoer van de jongere van en naar een plek waar jeugdhulp geboden wordt: Ouders zijn primair verantwoordelijk voor hun kinderen en daarmee ook voor het vervoer van en naar huis en van en naar de plek waar jeugdhulp wordt geboden. Bij hoge uitzondering kan een vervoersvoorziening worden toegekend indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid van de jeugdige en/of medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid van de ouders. Het college bepaalt welke vervoersvoorziening passend is. Kilometervergoeding indien ouders de jeugdige zelf vervoeren of laten vervoeren op basis van een vastgesteld tarief conform de reisregeling binnenland voor de kortste route op basis van de ANWB – routeplanner; OV-vergoeding voor de voor de jeugdige en diens begeleider indien: de jeugdige jonger dan negen jaar is en door ouders genoegzaam wordt aangetoond dat de jeugdige niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken, of de jeugdige door een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Aangepast vervoer indien: genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de jeugdige door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; de jeugdige, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicap niet in staat is, ook niet onder begeleiding, van openbaar vervoer gebruik te maken. Wie bepaalt: De medewerker die daartoe gemandateerd is.

Rechtspraak bij dit artikel