1.Onverminderd artikel 42 van de wet, verlaagt het college,
overeenkomstig deze verordening, het bedrag van de
aan de jongere toegekende inkomensvoorziening, indien de jongere naar
het oordeel van het college de op hem
rustende verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet, of de uit
artikel 30c, tweede lid of derde lid, van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende
verplichtingen, niet of onvoldoende nakomt,
dan wel zich jegens het college zeer ernstig misdraagt.
2.Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
van verwijtbaarheid en de
omstandigheden van de jongere en kan daarom afwijken van de in deze
verordening genormeerde maatregelen.