Onverminderd artikel 41, tweede lid, van de wet, ziet het
college af van het opleggen van een maatregel indien:
de gedraging meer dan één jaar vóór
constatering van die gedraging door het college heeft
plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de
inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die
gedraging ten onrechte inkomensvoorziening is verleend.
Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht
wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren
nadat de betreffende gedraging heeft
plaatsgevonden;
het college dringende redenen aanwezig acht.
Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
grond van dringende redenen, wordt de
jongere daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 6.
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren