Naar hoofdinhoud
1.. Degene aan wie krachtens deze verordening een maatwerkvoorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of direct uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening. 2.. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: de jeugdige en/of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige en/of zijn ouders niet langer op de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer toereikend is te achten; de jeugdige en/of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de maatwerk- voorziening of het pgb, of de jeugdige en/of zijn ouders de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangende pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.. Als het college een besluit op grond van artikel 14 het tweede lid onderdeel a heeft herzien of ingetrokken, kan het college de geldswaarde vorderen van de teveel of ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel