Naar hoofdinhoud
1.. Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouders in begrijpelijke taal over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2.. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte maatwerkvoorzieningen worden gebruikt of besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrekt zijn. 3.. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het houden van toezicht op de naleving van rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. 4.. De toezichthouder kan in de rechtmatige uitoefening van zijn functie gebruik maken van de bevoegdheden genoemd in titel 5.2 van de Awb en onder de voorwaarden genoemd in § 6b Regeling Jeugdhulp. 5.. Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder.

Rechtspraak bij dit artikel