De verordening verstaat onder:
grafbedekking: gedenkteken en/of winterharde grafbeplanting;
gedenkteken: voorwerp op een graf, urnennis of een urnengraf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;
gedenkplaat: voorwerp op een urnennis of op een console voor het aanbrengen van opschriften of figuren;
grafbeplanting: winterharde beplanting welke door de rechthebbende en/of de gemeente op een graf wordt aangebracht;
console: voorwerp gesitueerd bij een aantal strooivelden, waarop men een herinnering aan overledenen in de vorm van een gedenkplaat kan aanbrengen.
de beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt;
dekplaat: het liggende gedeelte van een gedenkteken met of zonder opschrift;
letterplaat: het staande gedeelte van een gedenkteken met of zonder opschrift.