De verordening verstaat onder:
a. grafbedekking: gedenkteken en/of winterharde grafbeplanting
b. gedenkteken: voorwerp op een graf, urnennis of een urnengraf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;
c. gedenkplaat: voorwerp op een urnennis of op een console voor het aanbrengen van opschriften of figuren;
d. grafbeplanting: winterharde beplanting welke door de rechthebbende en/of de gemeente op een graf wordt aangebracht;
e. console: voorwerp gesitueerd bij een aantal strooivelden, waarop men een herinnering aan overledenen in de vorm van een gedenkplaat kan aanbrengen.
f. de beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt;
g. dekplaat: het liggende gedeelte van een gedenkteken met of zonder opschrift;
h. letterplaat: het staande gedeelte van een gedenkteken met of zonder opschrift.