De hoogte van het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende bijdrage, waaronder gerekend de kosten voor onderhoud, reparatie en verzekering zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is.
Indien dit niet mogelijk is stelt het college de hoogte van het persoonsgebonden budget vast op basis van een offerte. Dat kan een offerte zijn die het college zelf opvraagt of een offerte die door de cliënt wordt overhandigd. Het kan in voorkomende gevallen ook om meerdere offertes gaan zodat de goedkoopst passende bijdrage kan worden bepaald.
De kosten voor reparatie, onderhoud en verzekering van hulpmiddelen en bepaalde vervoersvoorzieningen komen bij een verstrekking in natura voor rekening van de gemeente. Bij een verstrekking in de vorm van een PGB kan een vergoeding voor de instandhoudingskosten van 3,9% over het totale bedrag worden verleend.
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 3
Artikel 9.10