Naar hoofdinhoud
De cliënt is op eigen kracht, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, voldoende in staat tot een redelijke waardering van belangen aangaande de aan het pgb verbonden taken en in staat is deze op een verantwoorde manier uit te voeren. Om vast te stellen of cliënt zelfstandig in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en in staat is de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde manier uit te voeren, zal cliënt in ieder geval wilsbekwaam moeten zijn. Omdat dit bij cliënten binnen de Wmo niet altijd duidelijk is, kan de keuze voor een pgb discutabel zijn. Indien onduidelijk is of de cliënt wilsbekwaam is en cliënt vatbaar lijkt voor manipulatie en intimidatie door de omgeving/derden kan hieromtrent medisch advies worden gevraagd bij een onafhankelijke derde die over de voor de beoordeling noodzakelijke expertise beschikt. Het college beoordeelt of de cliënt - al dan met hulp van anderen - in staat is het pgb te beheren. Daarvoor kan het college in ieder geval de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking nemen: het beheersen van de Nederlandse taal; de mate van beperkingen (licht, matig, zwaar) op het terrein van: sociale redzaamheid Probleemgedrag psychisch functioneren geheugen- en oriëntatiestoornissen wils- en/of handelingsonbekwaamheid van de cliënt Verslavingsproblematiek het vermogen om een overeenkomst op te stellen of aan te gaan met degene aan wie het pgb wordt besteed; het vermogen om de degene, aan wie het pgb wordt besteed, aan te sturen bij de te bieden maatschappelijke ondersteuning; eerder misbruik van pgb en/of fraude; de aanwezigheid van schuldenproblematiek; Indien van toepassing: wie de cliënt heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren. Het college stelt aan deze persoon dezelfde eisen als aan de cliënt. De competentie van een cliënt en/of diens vertegenwoordiger wordt mede beoordeeld aan de hand van het ingediende budgetplan. Om een PGB af te wijzen op grond van deze eerste voorwaarde moet er een feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van eerder misbruik. De motivering wordt in de beschikking vermeld. Vertegenwoordiger Artikel 1.1.1 tweede lid van de wet bepaalt wat onder een vertegenwoordiger wordt verstaan, namelijk een persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen. Dit kan een wettelijk vertegenwoordiger zoals een curator, mentor of bewindvoerder zijn. Hieronder volgt een toelichting op de taken die een wettelijk vertegenwoordiger kan uitvoeren: Beschermingsbewind Wanneer iemand niet zelf meer mag beslissen over de goederen die onder bewind staan, wordt dit gedaan door de bewindvoerder. Dat geldt dus ook voor het pgb, wat door de bewindvoerder wordt beheerd. Hij is verantwoordelijk voor de betaling van de bijdrage in de kosten, het inkopen van zorg, het betaalbaar stellen van de declaraties en het afleggen van verantwoording over de besteding van het pgb. Curatele Als gevolg van de curatele verliest de onder curatele gestelde persoon zijn handelings-bekwaamheid en mag hij niet meer zelfstandig rechtshandelingen verrichten. Met een ondercuratelestelling worden persoon én vermogen beschermd. De curator is voor de onder curatele gestelde bevoegd alle rechtshandelingen te verrichten, die anders door de cliënt worden verricht. Mentorschap Indien cliënt niet goed in staat is om beslissingen te maken omtrent zorgaanspraken, dan kan eventueel een mentor worden benoemd. Een persoon die onder mentorschap staat is wel handelingsbekwaam. Maar de mentor neemt wel beslissingen over de verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding van de betrokkene. De meerderjarige is dan onbevoegd rechtshandelingen te verrichten in aangelegenheden betreffende zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. De mentor is daarmee verantwoordelijk voor inkoop van zorg, het betaalbaar stellen van declaraties en het afleggen van verantwoording over het pgb. Een vertegenwoordiger kan ook een gevolmachtigde zijn. Tevens kunnen als vertegenwoordiger optreden: echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de cliënt; dan wel (als deze ontbreekt); diens ouder, kind, broer of zus. Deze personen kunnen echter niet als vertegenwoordiger optreden als de cliënt dat niet wenst. Dat moet het college in voorkomende gevallen onderzoeken. Voorts geldt als uitgangspunt, dat de vertegenwoordiger niet tevens de zorgverlener mag zijn of een persoonlijke relatie met de zorgverlener mag hebben. Reden hiervoor is dat degene die uit het pgb betaald wordt eigen belangen heeft die in strijd kunnen zijn met het behartigen van de belangen van de budgethouder. Van dit uitgangspunt kan gemotiveerd worden afgeweken indien het college oordeelt dat mogelijke belangenverstrengeling geen nadelige gevolgen voor de rechten van cliënt zal hebben. Hiervan is in ieder geval sprake indien deze twee rollen tot op heden door dezelfde persoon zijn vervuld en de maatwerkvoorziening steeds heeft voldaan aan de verwachtingen van cliënt en de eisen die daaraan door het college zijn gesteld. De cliënt stelt zich voldoende gemotiveerd op het standpunt waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te krijgen Het pgb wordt alleen verstrekt op verzoek van de cliënt. Bij dat verzoek weet de cliënt voldoende te motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wenst te krijgen. Het college stelt geen bijzondere eisen aan de motivatie. Er is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen voldoen aan de kwaliteitseisen van de wet en in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. In artikel 3.1 lid 1 van de wet staat dat een maatwerkvoorziening in elk geval: veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt; afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; verstrekt wordt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel