Naar hoofdinhoud
1.. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. 2.. Inspraak kan worden verleend ten aanzien van beleidsvoornemens waarbij dat niet wettelijk verplicht is. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend. 3.. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid bepaalt het college ten aanzien van bestemmingsplannen ex artikel 3.1 en beheersverordeningen ex artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening of inspraak wordt verleend. 4.. In ieder geval wordt geen inspraak verleend: ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van dan wel besluiten die rechtstreeks voortvloeien uit een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel