Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet, Participatiewet, het Bijstandsbesluit zelfstandigen 2004 (Bbz), IOAW of IOAZ, Wet passend onderwijs (Wet op het primair onderwijs (Wpo), Wet op het Voortgezet (Wvo) en Wet op de expertisecentra (Wec)), Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.
aanvraag:
een aanvraag zoals bedoeld in artikel 41 van de Participatiewet;
een verzoek om toekenning van een voorziening in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
een aanvraag zoals bedoeld in artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
een aanvraag zoals bedoeld in artikel 2.3.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
cliënt:
een persoon zoals bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet;
een inwoner die zich tot het college heeft gewend voor schuldhulpverlening, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
een leerling van een school, ouder, voogd of verzorger zoals bedoeld in artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
een persoon zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Verder in deze verordening wordt de term: cliënt gehanteerd;
bemoeizorg:
bemoeizorg is een vorm van hulpverlening die zich richt op zorgmijders: mensen die in behoeftige omstandigheden leven maar de stap naar de reguliere hulpverlening nog niet kunnen, of niet meer willen maken. Bemoeizorg is gericht op het toeleiden naar zorg.
college:
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemnes
eigen bijdrage:
een bijdrage in de kosten van een voorziening als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a Wmo 2015 en artikel 6.2.7 van deze verordening;
cliëntondersteuning:
onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
gebruikelijke hulp/zorg:
hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Zoals beschreven in bijlage 1: Gebruikelijke Hulp Wmo 2015
informele zorg:
mantelzorg, vrijwilligerszorg en betaalde zorg van een persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk vormen samen de informele zorg;
inwoner:
iemand die ingezetene is van de gemeente Eemnes;
kostprijs:
de prijs waarvoor de gemeente de voorziening heeft ingekocht bij de aanbieder of leverancier met daarin begrepen eventuele onderhoudskosten;
maatwerkvoorziening:
Maatwerkvoorziening: een voorziening, in de vorm van goederen in bruikleen, goederen in eigendom, als persoonlijke dienstverlening of ondersteuning, beschermd wonen of opvang;
mantelzorg:
hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
melding:
een melding/verzoek zoals bedoeld in artikel 44 van de Participatiewet; een verzoek van een cliënt om hulp of toekenning van een voorziening in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; een verzoek van een cliënt om toekenning van een vervoersvoorziening in het kader van artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs, een melding zoals bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
onderzoek:
het onderzoek zoals bedoeld in artikel 53a van de Participatiewet;
een onderzoek naar aanleiding van een melding in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
een onderzoek naar aanleiding van een melding in het kader van artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
professionele maatschappelijke ondersteuning:
ondersteuning beroepsmatig verleend door een persoon: die de opleidings- en beroepskwalificaties heeft om de betreffende hulp en zorg beroepsmatig te mogen verlenen, en die geen deel uitmaakt van het sociale netwerk van de cliënt;
of - ondersteuning niet-beroepsmatig verleend door een persoon die: de opleidings- en beroepskwalificaties heeft om de betreffende hulp en zorg beroepsmatig te mogen verlenen die deel uitmaakt van het sociale netwerk van de cliënt, en die deze hulp niet verleent als gebruikelijke hulp zoals gedefinieerd in artikel 1.1. lid 7 van deze verordening;
niet-professionele maatschappelijke ondersteuning:
ondersteuning verleent door een persoon die deel uitmaakt van het sociale netwerk van de cliënt, waarbij
de persoon die de hulp en ondersteuning verleent niet beschikt over de opleidings- en beroepskwalificaties om de betreffende hulp en zorg beroepsmatig te mogen verlenen; en
geen sprake is van gebruikelijke hulp zoals gedefinieerd in artikel 1.1. lid 7 van deze verordening;
persoonlijk plan:
een plan waarin de cliënt de omstandigheden, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen;
persoonsgebonden budget (pgb):
een bedrag waarmee cliënten zelf hun hulp of ondersteuning kunnen inkopen;
sociaal domein:
de wetten binnen het toepassingsbereik van deze verordening:
de Participatiewet;
de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
de Wet maatschappelijke ondersteuning;
sociaal netwerk:
personen uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt, zoals familieleden die niet in hetzelfde huis wonen, buren, vrienden, (mede)leden van een vereniging en kennissen;
veilig thuis:
het regionale advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet en artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
vertegenwoordiger:
een persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen;
voorziening:
ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verlenen van bijstand zoals bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet;
schuldhulpverlening zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
een vervoersvoorziening in het kader van artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
een voorziening zoals bedoeld in artikel 2.3.5. van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
Woonvoorziening:
elke voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een cliënt bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt;
Specifiek voor de Participatiewet en inkomensvoorziening
inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet, en de algemene bijstand;
peildatum: datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt;
benadelingsbedrag: netto-uitkering waarop eerder, langer of tot een hoger bedrag een beroep wordt of is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum
bijstandsnorm:
toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet, indien van toepassing inclusief de bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet;
grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de IOAW of artikel 5 van de IOAZ voor zover sprake is van een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ;
uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ.
beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de Participatiewet.
doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de participatiewet.
economische zelfredzaamheid: een persoon wordt als economisch zelfredzaam beschouwd als door inkomsten uit arbeid volledig in het eigen onderhoud kan voorzien of als dat niet mogelijk is zijn aanwezige arbeidsvermogen volledig wordt benut.
sociale zelfredzaamheid: een persoon wordt als sociaal zelfredzaam beschouwd als hij zelfstandige maatschappelijke participeert. Economische zelfredzaamheid is een volgende stap nadat het doel sociale zelfredzaamheid is bereikt.
afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet binnen afzienbare termijn mogelijk;
specifiek voor Leerlingenvervoer:
aangepast vervoer:vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus of bustaxi;
afstand:afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;
begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden;
eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig, bromfiets of fiets;
inkomen:inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs;
leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel;
ondersteuningsplan:
voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 17a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of auto;
opstapplaats:plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;
reistijd:totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer;
samenwerkingsverband:
voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of
voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
school:
basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs;
school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra, of
school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs.
stage:
praktische leertijd bij de beroepsopleiding;
toegankelijke school:
school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;
vervoer:
openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;
vervoersvoorziening:
bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider;
aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of
gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
woning:
plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.