De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in de artikelen 4.4.8 en 4.4.9, wordt vastgesteld op:
vijf procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
vijftig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
In gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a van dit artikel kan worden volstaan wordt met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van 24 maanden gerekend vanaf de datum waarop eerder aan de cliënt een zodanige waarschuwing is gegeven.
Met de in het vorige lid genoemde datum wordt bedoeld de datum waarop de schriftelijke waarschuwing is verzonden.
Niet nakomen van de geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling
Artikel 4.4.11 Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting
Als een cliënt een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand.
Artikel 4.4.12 Verrekenen verlaging
Bij een verlaging als bedoeld in artikel 4.4.11 van deze verordening, kan in bijzondere omstandigheden de verlaging worden toegepast over twee maanden waarbij zowel aan de maand van oplegging als aan de daaropvolgende maand de helft van de verlaging wordt toebedeeld.
Overige gedragingen die leiden tot een verlaging
Artikel 4.4.13 Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet wordt vastgesteld op:
het benadelingsbedrag gedurende een maand bij een benadelingsbedrag lager dan de bijstandsnorm.
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij een benadelingsbedrag van de bijstandsnorm tot € 5.000,--.
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij een benadelingsbedrag van € 5.000,-- tot € 10.000,--;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende drie maanden bij een benadelingsbedrag van € 10.000,-- of hoger.
Indien sprake is tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in relatie met het recht op bijzondere bijstand anders dan op grond van artikel 12 van de Participatiewet, wordt de verlaging vastgesteld op het benadelingsbedrag.
Indien een cliënt niet kan beschikken over een passende en toereikende voorliggende voorziening, omdat deze wordt verrekend met een bestuurlijke boete in het kader van het bij herhaling schenden van de inlichtingenplicht, wordt een maatregel opgelegd van honderd procent gedurende de eerste drie maanden van de bijstandsverlening gerekend vanaf de start van de verrekening.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4
Artikel 4.4.10
Hoogte en duur van de verlaging
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Eemnes 2018