Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4

Artikel 4.4.7

Recidive

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Eemnes 2018

De duur van de oorspronkelijke verlaging wordt verdubbeld als een cliënt, zich binnen 24 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging. De duur en/of hoogte van de verlaging wordt individueel vastgesteld als een cliënt, zich binnen 24 maanden na bekendmaking van een recidivebesluit als bedoeld in lid 1, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging. Als een cliënt zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet (‘de geüniformeerde arbeidsverplichtingen’), opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, bedraagt de verlaging honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden. Met een besluit waarmee een verlaging is toegepast wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 4.4.3, tweede lid van de verordening en een besluit waarmee een verlaging is toegepast op grond van artikel 18 lid vierde lid van de Participatiewet. Niet nakomen van de niet-geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling Artikel 4.4.8 Gedragingen Participatiewet Gedragingen van een cliënt waardoor een verplichting op grond van de artikelen 9, en 9a, 17, tweede lid, en 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: Eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; Tweede categorie: het niet voldoen aan een oproep om op een bepaalde plaats en tijd te verschijnen in verband met arbeidsinschakeling het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een cliënt jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet; het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet; [vervallen]; het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet; Derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet. het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel