Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 2

Artikel 8.2.6

Inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Eemnes 2018

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020, met dien verstande dat de wijzigingen in artikel 5.1.2 terugwerken tot en met 1 mei 2019. Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening sociaal domein gemeente Eemnes 2018”. Bijlage 1: Gebruikelijke Hulp Wmo 2015 Er wordt geen maatwerkvoorziening getroffen wanneer er sprake is van gebruikelijke hulp. In deze bijlage wordt toegelicht wanneer er sprake is van gebruikelijke hulp. Er is sprake van gebruikelijke hulp wanneer er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht, bepaalde taken over te nemen. Of iemand inwonend is en behoort tot de leefeenheid, wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Gebruikelijke hulp bij het huishouden Wanneer de inwoner huisgenoten heeft, worden zij geacht huishoudelijke taken over te nemen voor zover dit redelijkerwijs van hen kan worden verwacht. Deze verplichting geldt in de regel voor alle huisgenoten van 18 jaar en ouder. De leefeenheid is namelijk in gezamenlijkheid verantwoordelijk voor het huishoudelijk werk. In de meeste gevallen zal het om gezinsleden van de inwoner gaan. Afhankelijk van de leeftijd en belastbaarheid wordt ook van de inwonende minderjarige kinderen een bijdrage in de huishouding verwacht. Algemene uitgangspunten (ontleend aan Richtlijn Hulp bij het Huishouden 2011 van de MO Zaak, voorheen onderdeel van CIZ) zijn: Kinderen tot 5 jaar leveren geen (wezenlijke) bijdrage aan het huishouden; Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden zoals: opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien; Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen naast bovengenoemde taken ten minste ook hun eigen kamer op orde houden (rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen). Maatwerk In de definitie van gebruikelijke hulp wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, de wijze van inkomensverwerving, drukke werkzaamheden, lange werkweken of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken. Ook redenen als 'niet gewend zijn om' of 'geen huishoudelijke werk willen en/of kunnen verrichten’ leiden niet tot hulp uit hoofde van de Wmo 2015. In die situaties kan een tijdelijke indicatie afgegeven worden voor het aanleren hiervan. De taak wordt dan niet overgenomen, maar via instructies gestuurd. Toch heeft de gemeente de mogelijkheid om, ondanks de aanwezigheid van huisgenoten, een maatwerkvoorziening toe te kennen. Dit is het geval wanneer aanwezige huisgenoten om aanwijsbare redenen niet, of onvoldoende, gebruikelijke hulp kunnen leveren. Ook dreigende overbelasting van een mantelzorger kan een reden zijn om huishoudelijke hulp te verstrekken. Particuliere Hulp De aanwezigheid van particuliere hulp bij het huishouden kan worden gezien als een vorm van gebruikelijke hulp. Wel moet worden meegewogen of de ‘gebruikelijk aanwezige’ schoonmaak voldoende toereikend is, vanuit Wmo 2015 maatstaven gezien. Hulp bij het huishouden vanuit de Wmo 2015 kan immers meer inhouden dan alleen schoonmaak en heeft ook een signalerende functie. Daarnaast kan het doel hiervan ook zijn het samen opwerken met de klant of het ondersteunen bij de organisatie van het huishouden. De gemeente zal daarom steeds moeten onderzoeken en een afweging moeten maken of particuliere schoonmaakhulp voldoende is of dat inzet van huishoudelijke hulp vanuit de Wmo 2015 (ter aanvulling) noodzakelijk is. Van de klant wordt verwacht dat deze inzage geeft in de werkzaamheden van de particuliere hulp. Indien een inwoner een beroep wil doen op de Wmo 2015 voor Huishoudelijke Hulp en nog geen gebruik maakt van een particuliere schoonmaakhulp, kan particuliere hulp niet gezien worden als gebruikelijke hulp. Wel kan de inwoner worden gewezen op de mogelijkheid van particuliere hulp. Gebruikelijke hulp door echtgenoten Gebruikelijke hulp door echtgenoten kan verschillen van gebruikelijke hulp door inwonende kinderen of van andere huisgenoten. Uitgangspunt is, dat echtgenoten samen activiteiten ondernemen zoals: samen naar een verjaardag gaan, familie bezoeken, samen koken, eten, koffie drinken, afspraken maken, het voeren van een administratie, het regelen van de bankzaken, het onderhouden van contacten met instanties, het bezoeken van instanties, het verschijnen op afspraken, het openen van post of winkelen. Deze lijst is niet limitatief. Gebruikelijke hulp door ouders Ouders zijn verantwoordelijk voor de verzorging van hun kind. Het is daarom niet ‘gebruikelijk’, dat dit bij een meerderjarig inwonend kind met een beperking volledig aan anderen wordt overgelaten. Overige gebruikelijke hulp bij een gezamenlijk huishouden (partners onderling, ouders en volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten). We beschouwen in ieder geval de volgende vormen van begeleiding voor een volwassene met een beperking als algemeen gebruikelijk: Het geven van begeleiding op het terrein van de maatschappelijke participatie; Het begeleiden bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, enzovoort; Het bieden van hulp en ondersteuning bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel