Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4

Artikel 3.4.2

Criteria persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Blaricum 2018

Het college verstrekt een persoonsgebonden budget in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet indien: de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan het budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren, en; de jeugdige en zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college voorgestelde aanbieder, niet passend achten, en; naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige en zijn ouder van het persoonsgebonden budget willen betrekken, van goede kwaliteit is. Het college kan een persoonsgebonden budget weigeren indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel 8.1.4 eerste lid, onderdeel a, d of e van de Jeugdwet. Onverminderd artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, verstrekt het college geen persoonsgebonden budget voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt. Aanvrager dient een verklaring omtrent gedrag te overleggen van de gekozen zorgverlener die de individuele ondersteuning gaat leveren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel