Het college kan een persoon met afstand tot de arbeidsmarkt een tegenprestatie opdragen.
Bij het opdragen van een tegenprestatie staat “meedoen naar vermogen” en “maatwerk” centraal. Het college houdt rekening met de volgende factoren:
de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van de persoon;
de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een persoon moeten in overweging genomen;
maatschappelijke activiteiten, verplichte inburgeringsactiviteiten of vrijwilligerswerk die/dat al worden verricht
De persoon aan wie het college voornemens is een tegenprestatie op te dragen kan binnen een redelijke termijn aan het college kenbaar maken welke werkzaamheden hij als tegenprestatie verricht of wil verrichten.
Het college verstrekt hiertoe voldoende voorlichtingsmateriaal, waaronder een lijst van organisaties in de gemeente waar in ieder geval onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden kunnen worden verricht.
Indien de persoon zelf geen passende werkzaamheden kan vinden, wordt hij door het college ondersteund bij het zoeken van werkzaamheden die als tegenprestatie kunnen worden aangemerkt of worden door het college werkzaamheden aangeboden.
Het college beoordeelt of de voorgestelde werkzaamheden voldoen aan de voorwaarden als genoemd in Paragraaf 4, artikel 5.4.1 van dit hoofdstuk en legt vervolgens de plicht tot tegenprestatie op.
Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.
Indien het college geen tegenprestatie opdraagt omdat geen werkzaamheden voorhanden zijn, beoordeelt het college binnen zes maanden of op dat moment wel werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 4
Artikel 5.4.2
Het opdragen van een tegenprestatie
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Laren 2018