Het college neemt het persoonlijk plan als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening;
het college zet bij de beoordeling of een maatwerkvoorziening zal worden verstrekt, steeds de ondersteuningsvraag van de cliënt centraal en betrekt bij de beoordeling van diens aanvraag alle betrokken belangen, waaronder de belangen van de cliënt zelf, diens naaste omgeving, diens familie, het maatschappelijk belang in algemene zin en de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid;
de maatwerkvoorziening wordt toegekend, indien cliënt niet of niet volledig in staat is tot zelfredzaamheid en/of participatie door gebruik te maken van: eigen kracht en/of; gebruikelijke hulp en/of; mantelzorg en/of; hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk en/of vrijwilligerszorg; algemene voorzieningen en/of; een voorziening op grond van andere wet- en regelgeving conform artikel 2.3.5 lid 5 van de Wet;
een maatwerkvoorziening draagt bij aan het bereiken van de volgende resultaten: het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en/of; het voeren van een gestructureerd huishouden en/of; het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en/of; beschermd woont en/of; wordt opgevangen;
indien meerdere voorzieningen als passend aan te merken zijn, kent het college de goedkoopst compenserende voorziening toe;
bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning en het zich verplaatsen in de woning, wordt onderzocht of verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 1
Artikel 7.1.1
Criteria voor een maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Laren 2018