Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4

Artikel 3.4.3

Berekening hoogte persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Laren 2018

De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt op maat vastgesteld. De hoogte van het persoonsgebonden budget: wordt vastgesteld aan de hand van een door de jeugdige of zijn ouders opgesteld plan met begroting als bedoeld in artikel 3.3.4 van de verordening over hoe zij het persoonsgebonden budget gaan besteden, en is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp in te kopen, en wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura die de gemeente beschikbaar heeft. de hoogte van het persoonsgebonden budget bedraagt voor jeugdhulp ingekocht bij een professionele hulpverlener ten hoogste 100% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura die de gemeente beschikbaar heeft; wanneer de jeugdige of zijn ouder met het persoonsgebonden budget niet professionele jeugdhulp verwerft, wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget gesteld op het geldend minimum uurloon voor 23 jaar en ouder. Het college indexeert jaarlijks het tarief voor individuele voorzieningen in natura conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau van de Statistiek en de NEA-index. Hier wordt bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget rekening mee gehouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel