Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4

Artikel 4.4.4

Ingangsdatum en tijdvak van de verlaging

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Laren 2018

Een verlaging wordt toegepast op de uitkering inclusief bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de Participatiewet over de kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het opleggen van de verlaging aan een cliënt is bekendgemaakt. In afwijking van het eerste lid kan een verlaging worden toegepast op de bijzondere bijstand als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Participatiewet als de verwijtbare gedraging van cliënt in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft. Een verlaging kan met terugwerkende kracht worden toegepast voor zover de uitkering inclusief de bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 4.4.4 lid 2 van deze verordening nog niet is uitbetaald en de ingangsdatum van de verlaging niet voor de te sanctioneren gedraging komt te liggen. Als een verlaging niet of niet geheel ten uitvoer kan worden gelegd als gevolg van de beëindiging of intrekking van de uitkering, wordt de verlaging of dat deel van de verlaging dat nog niet is uitgevoerd, alsnog opgelegd als cliënt binnen een termijn van een jaar opnieuw een uitkering ontvangt. In afwijking van het eerste lid kan, voor zover het zelfstandigen betreft die een uitkering voor het levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz hebben ontvangen, de verlaging met terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve vaststelling van de bijstand.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel