Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie als bedoeld in de artikelen 10c en 10d van de wet.
Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:
een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;
die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en;
die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.
Een nader door het college aan te wijzen instantie adviseert het college met betrekking tot het oordeel of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. De adviesinstantie neemt daarbij de in het tweede lid neergelegde criteria in acht.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 3
Artikel 5.3.1
Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Laren 2018