Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8 › Paragraaf 2

Artikel 8.2.6

Inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Laren 2018

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2020, met dien verstande dat de wijzigingen in artikel 5.1.2 terugwerken tot en met 1 mei 2019. Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening sociaal domein gemeente Laren 2018”. Bijlage 1: Gebruikelijke zorg jeugd Gebruikelijke zorg omvat de normale, dagelijkse zorg die ouders geacht worden aan hun kinderen te bieden. Ouders behoren hun minderjarige kinderen (tot 18 jaar) te verzorgen, op te voeden en toezicht te bieden, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Er kan sprake zijn van noodzakelijke zorg op het gebied van verzorging, verpleging en begeleiding die uitgaat boven de zorg die redelijkerwijs kan worden verwacht bij een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen. Bij de beoordeling van de zorgzwaarte wordt uitgegaan van een vijftal criteria: De leeftijd van het kind. Jongere kinderen hebben meer zorg nodig dan oudere kinderen. Gaandeweg de jaren nemen de vaardigheden en zelfstandigheid toe, en daarmee de zorgtaken af. De aard van de zorghandeling. Niet alle zorghandelingen komen standaard voor bij alle kinderen. De frequentie. Niet alle zorghandelingen komen structureel voor in het patroon van zorgtaken. De tijd die men besteedt aan de zorghandeling. Zorghandelingen kunnen bij bijzondere omstandigheden meer tijd vergen. Een samenhangende beoordeling waarbij de bovenstaande criteria als geheel worden beschouwd in het licht van de specifieke leef- en opgroeiomstandigheden van het kind. Daarnaast wordt het onderstaande schema als uitgangspunt genomen. Het omvat in grote lijnen de normale ontwikkeling van kinderen zonder beperking in verschillende levensfasen. Kinderen van 0 tot 3 jaar hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig; ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig; zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 3 tot 5 jaar kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer); hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen; hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen; hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding; zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 5 tot 12 jaar kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week; kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is); hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen; hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie; zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers; hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling; hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan; hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Kinderen van 12 tot 18 jaar hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden; kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen; hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig; hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig; hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding; hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen); hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid; hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden. Bron: Factsheet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport “Zorg voor kinderen met een intensieve zorgvraag. Gebruikelijke zorg.” Bijlage 2: Gebruikelijke Hulp Wmo 2015 Er wordt geen maatwerkvoorziening getroffen wanneer er sprake is van gebruikelijke hulp. In deze bijlage wordt toegelicht wanneer er sprake is van gebruikelijke hulp. Er is sprake van gebruikelijke hulp wanneer er een huisgenoot aanwezig is, die in staat kan worden geacht, bepaalde taken over te nemen. Of iemand inwonend is en behoort tot de leefeenheid, wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Gebruikelijke hulp bij het huishouden Wanneer de inwoner huisgenoten heeft, worden zij geacht huishoudelijke taken over te nemen voor zover dit redelijkerwijs van hen kan worden verwacht. Deze verplichting geldt in de regel voor alle huisgenoten van 18 jaar en ouder. De leefeenheid is namelijk in gezamenlijkheid verantwoordelijk voor het huishoudelijk werk. In de meeste gevallen zal het om gezinsleden van de inwoner gaan. Afhankelijk van de leeftijd en belastbaarheid wordt ook van de inwonende minderjarige kinderen een bijdrage in de huishouding verwacht. Algemene uitgangspunten (ontleend aan Richtlijn Hulp bij het Huishouden 2011 van de MO Zaak, voorheen onderdeel van CIZ) zijn: Kinderen tot 5 jaar leveren geen (wezenlijke) bijdrage aan het huishouden; Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden zoals: opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien; Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen naast bovengenoemde taken ten minste ook hun eigen kamer op orde houden (rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen). Maatwerk In de definitie van gebruikelijke hulp wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, de wijze van inkomensverwerving, drukke werkzaamheden, lange werkweken of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken. Ook redenen als 'niet gewend zijn om' of 'geen huishoudelijke werk willen en/of kunnen verrichten’ leiden niet tot hulp uit hoofde van de Wmo 2015. In die situaties kan een tijdelijke indicatie afgegeven worden voor het aanleren hiervan. De taak wordt dan niet overgenomen, maar via instructies gestuurd. Toch heeft de gemeente de mogelijkheid om, ondanks de aanwezigheid van huisgenoten, een maatwerkvoorziening toe te kennen. Dit is het geval wanneer aanwezige huisgenoten om aanwijsbare redenen niet, of onvoldoende, gebruikelijke hulp kunnen leveren. Ook dreigende overbelasting van een mantelzorger kan een reden zijn om huishoudelijke hulp te verstrekken. Particuliere Hulp De aanwezigheid van particuliere hulp bij het huishouden kan worden gezien als een vorm van gebruikelijke hulp. Wel moet worden meegewogen of de ‘gebruikelijk aanwezige’ schoonmaak voldoende toereikend is, vanuit Wmo 2015 maatstaven gezien. Hulp bij het huishouden vanuit de Wmo 2015 kan immers meer inhouden dan alleen schoonmaak en heeft ook een signalerende functie. Daarnaast kan het doel hiervan ook zijn het samen opwerken met de klant of het ondersteunen bij de organisatie van het huishouden. De gemeente zal daarom steeds moeten onderzoeken en een afweging moeten maken of particuliere schoonmaakhulp voldoende is of dat inzet van huishoudelijke hulp vanuit de Wmo 2015 (ter aanvulling) noodzakelijk is. Van de klant wordt verwacht dat deze inzage geeft in de werkzaamheden van de particuliere hulp. Indien een inwoner een beroep wil doen op de Wmo 2015 voor Huishoudelijke Hulp en nog geen gebruik maakt van een particuliere schoonmaakhulp, kan particuliere hulp niet gezien worden als gebruikelijke hulp. Wel kan de inwoner worden gewezen op de mogelijkheid van particuliere hulp. Gebruikelijke hulp door echtgenoten Gebruikelijke hulp door echtgenoten kan verschillen van gebruikelijke hulp door inwonende kinderen of van andere huisgenoten. Uitgangspunt is, dat echtgenoten samen activiteiten ondernemen zoals: samen naar een verjaardag gaan, familie bezoeken, samen koken, eten, koffie drinken, afspraken maken, het voeren van een administratie, het regelen van de bankzaken, het onderhouden van contacten met instanties, het bezoeken van instanties, het verschijnen op afspraken, het openen van post of winkelen. Deze lijst is niet limitatief. Gebruikelijke hulp door ouders Ouders zijn verantwoordelijk voor de verzorging van hun kind. Het is daarom niet ‘gebruikelijk’, dat dit bij een meerderjarig inwonend kind met een beperking volledig aan anderen wordt overgelaten. Overige gebruikelijke hulp bij een gezamenlijk huishouden (partners onderling, ouders en volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten). We beschouwen in ieder geval de volgende vormen van begeleiding voor een volwassene met een beperking als algemeen gebruikelijk: Het geven van begeleiding op het terrein van de maatschappelijke participatie; Het begeleiden bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, enzovoort; Het bieden van hulp en ondersteuning bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel