Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6:

Artikel 17.

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Bergen (L) 2019

1.. Degene aan wie krachtens deze verordening een maatwerkvoorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een maatwerkvoorziening. 2.. Het college kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat: de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de jeugdige of zijn ouders niet langer op de maatwerkvoorziening of op het daarmee samenhangend persoonsgebonden budget zijn aangewezen; de maatwerkvoorziening of het daarmee samenhangend persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten; de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget, of de jeugdige of zijn ouders de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3.. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft herzien of ingetrokken kan het college van degene die onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. 4.. Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5.. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden gebruikt dan wel besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze zijn verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel