Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Bergen 2019

1.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder: Participatiewet: Een wet die de Wwb, Wsw en een deel van de Wajong samenvoegt; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; bijstandsnorm: toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de wet; grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ; verlaging: het verlagen van de bijstand op grond van artikel 18, tweede lid, of artikel 9 eerste lid onder a, van de wet; benadelingsbedrag: netto bedrag dat ten onrechte aan bijstand is verstrekt; recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de wet; beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; geüniformeerde arbeidsverplichting: verplichting als bedoel in artikel 18a, vijfde lid van de wet; of artikel 20a, vijfde lid van de IOAW of IOAZ; BBZ: het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel