Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14

Niet nakomen van overige verplichtingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Bergen 2019

1.. Als een belanghebbende een door het college opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, of artikel 38, eerste lid, van het BBZ, niet of onvoldoende nakomt, wordt een verlaging toegepast. De verlaging wordt vastgesteld op: 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling; 20% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; 40% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot vermindering van bijstand; 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, bij het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot beëindiging van bijstand. 2.. De bijstand wordt verlaagd met 20% van de uitkeringsnorm gedurende één maand als belanghebbende voor de eerste keer niet verschijnt bij het afnemen van de toets, zoals opgenomen in artikel 18b van de wet. 3.. De bijstand wordt verlaagd met 40% van de uitkeringsnorm gedurende één maand als een belanghebbende voor de tweede keer niet verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen in artikel 18b van de wet. 4.. De bijstand wordt verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm gedurende één maand als een belanghebbende voor de derde keer of vaker niet verschijnt bij het afnemen van de toets zoals opgenomen in artikel 18b van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel