Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening, een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb is verstrekt.
De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het bedrag genoemd in artikel 2.1.4.a, vierde lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor de ongehuwde cliënten of de gehuwden cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen bijdrage is verschuldigd.
Het college bepaalt bij nadere regeling door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4. lid 7 Wmo 2015, de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of PGB worden geïnd.
De hoogte van de eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang wordt bepaald met inachtneming van artikel 3.20 uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De bijdrage in de kosten voor de voltijdsopvang is gelijk aan het verschil tussen de voor de cliënt geldende bijstandsnorm en de norm persoonlijke uitgaven. Indien de aanbieder geen voeding verstrekt, wordt de norm persoonlijke uitgaven verhoogd met een bedrag voor voeding, gelijk aan het bedrag dat het Nibud hiervoor hanteert.
Voor cliënten van 18 tot en met 20 jaar bedraagt de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening voor opvang € 300,- per maand.
Voor cliënten in de vrouwenopvang bedraagt de eigen bijdrage € 227,50 per maand, waarbij de cliënten zelf verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse voeding.
De eigen bijdrage voor voltijdsopvang wordt voor de cliënt bepaald per maand, waarbij de bijdrage is verschuldigd voor iedere dag dat de cliënt gebruik maakt van de voltijdsopvang;
Voor cliënten met aantoonbare dubbele woonlasten, wordt de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening opvang verminderd met een forfaitair bedrag, gelijk aan 20% van de geldende bijstandsnorm.
Eigen bijdrage winteropvang, acute opvang
Voor gebruikers van de winteropvang tijdens de duur van de winter- en of kouderegeling geldt dat er geen eigen bijdrage verschuldigd is.
Gedurende de onderzoeksperiode is de cliënt geen eigen bijdrage verschuldigd voor acute opvang. Deze periode is gemaximeerd tot 2 weken.
Vanwege de complexiteit van de zorgvraag van sommige inwoners kan het college besluiten tot verlengd en verdiepend onderzoek naar de zorgvraag een het organiseren van een passend oplossing.
Het is de opvang instelling toegestaan personen die verblijven in de acute opvang een vergoeding te vragen voor de verstrekte maaltijden. De hoogte van deze vergoeding is gelijk aan die het NIBUD berekent als gemiddelde voedingskosten.
In afwijking van artikel 2.1.4.a, vierde lid, van de wet is de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening (collectief) vervoer gelijk aan de tarieven voor het Openbaar Vervoer;
De kostprijs van een
maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening, bruikleen, huur of eigendom;
pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb;
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
HOOFDSTUK 4:
Artikel 14.
Bijdrage in de kosten van algemene voorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bergen (L) 2019