Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning De Wolden 2019

6.1 THUISHULP 6.1.1 Thuishulp basis, thuishulp plus en thuishulp Extra In de Wmo 2015 staat centraal dat inwoners in staat zijn te participeren in de samenleving en daarbij zo veel mogelijk zelfredzaam zijn. Een gestructureerd huishouden is een middel om dat te kunnen realiseren, geen doel op zichzelf. Het hoeft niet overal “spik en span” te zijn, maar het huishouden moet “op orde” zijn. In huis kan goed geleefd worden, thuis vormt een veilige basis waar de inwoner mensen kan ontvangen en van waaruit de inwoner kan participeren in de samenleving. Dit sluit aan bij tendensen die in de samenleving te zien zijn. Zo is bijvoorbeeld de jaarlijkse voorjaarsschoonmaak al lang niet meer voor iedereen vanzelfsprekend. Thuishulp Basis (zie bijlage IV bij de Nadere Regels). Het gaat om het zwaar huishoudelijk werk, bijvoorbeeld om het schoonmaken van het sanitair, het schoonmaken van de vloeren van de keuken, huiskamer en 1 slaapkamer en het bed verschonen. Standaard indiceren we hier 1,5 uur per week voor een eenpersoonshuishouden en 2,0 uur voor een meerpersoonshuishouden. Daarnaast 40 minuten per 4 weken voor extra taken als signalering, sociaal contact en extra werkzaamheden. Voor het lichte huishoudelijke werk, maaltijdvoorzieningen, het doen van de was en het schoonmaken van meerdere slaapkamers doen we een groter beroep op de mogelijkheden van mensen zelf of het sociaal netwerk en de particuliere markt. Maatwerk blijft vanzelfsprekend het uitgangspunt. Zie ook bijlage IV. Thuishulp Plus. Bij deze voorziening ligt de nadruk op de regievoering en niet op het schoonmaken zelf. We gaan daarbij uit van het huidige gemiddeld aantal uren. We zoeken daarbij nadrukkelijk een verbinding met de ook naar de gemeente overgehevelde functie begeleiding. Thuishulp plus is bedoeld voor het ondersteunen bij praktische vaardigheden/ handelingen en het aanbrengen van structuur c.q. regie tbv zelfredzaamheid in en om huis. Bijvoorbeeld (niet limitatief): het ‘signaleren’ van relevante veranderingen in de situatie van de cliënt; organisatie van het huishouden in verband met chronische ziekte of beperkingen; het verzorgen en opvangen van jonge kinderen in verband met uitval van de primaire verzorger(s) en afwezigheid van informele Hulp; hulp bij ontregelde huishoudens; Daarnaast komt er een Thuishulp Extra, deze is gericht op huishoudelijke werkzaamheden en lichte vormen van begeleiding. De doelgroep van de Thuishulp Extra is de huidige Wmo-cliënten, dus cliënten in principe zonder ernstige verstandelijke beperkingen, psychische, psychiatrische of psychogeriatrische aandoeningen. Thuishulp extra is bedoeld voor het ondersteunen bij praktische vaardigheden/ handelingen en het aanbrengen van structuur c.q. regie tbv zelfredzaamheid in en om huis. Bijvoorbeeld (niet limitatief): het ‘signaleren’ van relevante veranderingen in de situatie van de cliënt administratieve ondersteuning; organisatie van het huishouden in verband met chronische ziekte of beperkingen; hulp bij ontregelde huishoudens; mantelzorgondersteuning; ondersteunen bij het inzet van netwerk of vrijwilligers; ondersteuning bij post openmaken, voorlezen en regelen, afhandeling praktische zaken; (eventueel) aangevuld met de thuishulp basis of thuishulp plus. Thuishulp plus en Thuishulp extra worden ingezet op basis van een persoonlijk plan, waarin onder andere te behalen doelen of resultaten worden benoemd. Als er zowel voor Thuishulp basis als Thuishulp plus een indicatie bestaat, valt de hele indicatie onder Thuishulp plus. Als er naast Thuishulp basis of Thuishulp plus ook een indicatie voor Thuishulp extra bestaat, hangt het af van de daadwerkelijke situatie af of de hele indicatie onder Thuishulp Extra valt, of slechts gedeeltelijk. Als bijvoorbeeld alle hulp door één hulpverlener uitgevoerd wordt, valt de hele indicatie onder Thuishulp Extra. Er zijn ook situaties voorstelbaar dat voor de lichte administratieve taken een andere hulp ingezet wordt naast de hulp voor de schoonmaakwerkzaamheden. In dat geval zullen er twee indicaties afgegeven worden. 6.1.2 Duur indicaties In principe worden indicaties voor thuishulp voor maximaal 5 jaar afgegeven. Op basis van ziektebeeld en andere toekomstverwachtingen kan indicatieduur naar boven of beneden worden bijgesteld. Voor nieuwe aanvragen geldt weer de gebruikelijke indicatie duur. 6.1.3 Afwegingskader H1) Thuishulp kan ingezet worden ter ondersteuning bij het voeren van een gestructureerd huishouden. Deze ondersteuning omvat de werkzaamheden zoals die genoemd zijn in bijlage III en IV. H2) Allereerst beoordeelt het college of alle voorliggende, algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen aanwezig en voldoende compenserend zijn. Hierbij valt te denken aan: Het gebruik van de glazenwasser voor het reinigen van de ramen aan de buitenkant. Het gebruik van een boodschappenservice, zowel die beschikbaar gesteld zijn door supermarkten, als die zijn opgezet door de gemeente of door vrijwilligersorganisaties. Bij het bereiden van maaltijden wordt bekeken of vormen van maaltijdvoorziening of het gebruik maken van kant en klare maaltijden mogelijk en bruikbaar zijn. Het gebruik van een wasserij. Voorschoolse, tussen schoolse en naschoolse opvang, kinderopvang, opvang door grootouders etc. H3) Vervolgens beoordeelt het college of er andere eigen mogelijkheden binnen het sociale netwerk te vinden zijn. Hierbij kan gedacht worden aan: De situatie waarin men al jaren op eigen kosten iemand voor deze werkzaamheden inhuurt. Als tegelijk met het optreden van de beperking geen inkomenswijziging heeft plaatsgevonden en er geen aantoonbare meerkosten zijn in relatie tot de handicap, is het oordeel in zijn algemeenheid dat er geen compensatie nodig is, omdat het probleem al opgelost is. Dit is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er zodanige wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze hulp zelf te betalen. Is sprake van een latrelatie, dan zal de gemeente nagaan of en in hoeverre de partner kan bijdragen aan het huishouden. De situatie dat in de omgeving wonende bekenden en/of kinderen gewend of bereid zijn boodschappen te doen. De aanschaf door betrokkene van een wasmachine en/of droger. De mogelijkheden van ouderschaps- en/of zorgverlof. H4) Als al het voorafgaande niet heeft geleid tot de oplossing van het probleem zal het college compenseren met een maatwerkvoorziening. Bij tijdelijke opvang van kinderen gaat het om die tijden dat de partner vanwege werkzaamheden niet thuis is. Dat kan dus gaan om maximaal 40 uur, bij een 40-urige werkweek, plus de noodzakelijke reistijden. Een drukke baan of een eigen bedrijf alleen zijn nadrukkelijk geen reden voor toekenning. Bij de toekenning stelt het college bij beschikking vast om welke tijdelijke periode het gaat en op welke wijze gezocht dient te worden naar een definitieve oplossing. De tijdelijke periode bedraagt in principe maximaal 3 maanden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om hier van af te wijken. H5) Gebruikelijke hulp en mantelzorg zijn elkaar uitsluitende begrippen. Gebruikelijke hulp is per definitie hulp of ondersteuning waarop geen aanspraak bestaat vanuit de Wmo. Mantelzorg is zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. In tegenstelling tot het bovenstaande houdt het college wel rekening met de belangen van huisgenoten die gebruikelijke zorg leveren. Zo kan in geval van dreigende overbelasting een maatwerkvoorziening aan de verzorgde worden toegekend. Deze voorziening kan dan niet, als het een PGB betreft, door de mantelzorger worden ingevuld. Het gaat immers om diens (dreigende) overbelasting. Ook hier gaat het om een afgeleid recht. Het college kan ook op voorhand rekening houden met periodes van afwezigheid van de mantelzorger voor vakantie of anderszins. Als er een indicatie wordt gesteld, gebeurt dat als afgeleide van de verzorgde op zijn of haar naam. 6.1.4 Middelen H6) Bij de indicatie voor thuishulp worden de normen aangehouden zoals beschreven in bijlage IV, tenzij de feitelijke situatie tot een andere norm leidt. Deze normen worden uitgedrukt in uren en minuten. H7) Als er sprake is van (dreigende) overbelasting van huisgenoten die geacht worden gebruikelijke hulp te leveren, kan meteen maximaal 3 maanden thuishulp ingezet worden op naam van de verzorgde, in afwachting van medisch onderzoek van de overbelaste mantelzorger(s). H8) Het college neemt vóór afloop van indicatie voor thuishulp contact op met cliënt, tenzij daar met cliënt andere afspraken over gemaakt zijn. Een indicatie kan ambtshalve worden verlengd (een aanvraagformulier en/of een handtekening is dan niet nodig) als: De indicatie met instemming van cliënt ongewijzigd voortgezet, stopgezet of verminderd voortgezet kan worden. Het gaat om een indicatie voor de maximale duur van 5 jaar en waar bij, voortzetting van de indicatie, geen nieuw onderzoek nodig is. Indicaties die voor een kortere periode dan 5 jaar zijn afgegeven, komen dus niet voor een ambtshalve verlening in aanmerking. Het een herindicatie betreft op basis van gewijzigd en vastgesteld beleid en/of wetswijziging. H9) Bij zorg in natura kan cliënt kiezen uit de zorgaanbieders waarmee de gemeente een contract heeft afgesloten. Welke zorgaanbieders dat zijn, is op te vragen bij het Wmo-loket en staat vermeld op de website. Indien cliënt niet wil/kan kiezen, kiest het college voor cliënt. Hiervoor wordt een ranking gebruikt. Het college kiest dan de zorgaanbieder die op basis van prijs en kwaliteit op nummer 1 van de ranking staat. H10) Bij overlijden van een cliënt met een indicatie voor HH, loopt, indien er sprake is van een achterblijvende partner, de indicatie nog een maand door (ZIN en PGB) op naam van de achterblijvende partner. Als cliënt opgenomen is, mag de HH maximaal 3 maanden doorlopen. 6.2 Begeleiding en persoonlijke verzorging 6.2.1 Begeleiding naar de gemeente gekomen met de Wmo 2015 Tot 2015 was begeleiding een functie in de AWBZ. Volgens de AWBZ kon een verzekerde met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap die matige, of zware beperkingen hebben op het terrein van: sociale zelfredzaamheid, bewegen en verplaatsen, psychisch functioneren, geheugen en oriëntatie of matig of zwaar probleemgedrag vertonen, aanspraak doen op de functie “begeleiding”. Wanneer er een zogenaamde AWBZ grondslag was vastgesteld kon de functie begeleiding (en het aantal uren of dagdelen dat nodig werd geacht) worden geïndiceerd. Hoewel bij het CIZ ruime ervaring was opgedaan bij het indiceren van begeleiding is het niet meer mogelijk om de door hen ontwikkelde indicatieprotocollen over te nemen. De opdracht aan gemeenten is ook om na 2015 te onderzoeken hoe de bestaande vormen van begeleiding anders en dichterbij de klant kunnen worden georganiseerd. Daarnaast worden gemeenten gestimuleerd om nieuwe vormen van algemene voorzieningen en maatwerk te ontwikkelen. Het jaar 2015 was een overgangsjaar. In dat jaar stond de zorgcontinuïteit voorop. In de loop van 2015 en 2016 heeft met alle klanten een gesprek plaats gevonden, waarbij aan de hand van de Wmo 2015-systematiek besproken is welke zorgplicht ten aanzien van zelfredzaamheid en participatie de gemeente heeft voor deze klant. Dit gesprek vormt de basis om te komen tot maatwerkondersteuning. Begeleiding kan in verschillende vormen geboden worden. Zo kennen we begeleiding in groepsvorm, individuele begeleiding en respijtzorg/kortdurend verblijf. Daarnaast maakt het vervoer naar en van de begeleiding groep een onderdeel uit van de begeleiding. Begeleiding en dagbesteding indiceren we aan de hand van te bereiken resultaten en doelen. De Wmo consulent bepaalt het aantal uren en/of dagdelen per week dat noodzakelijk is om de resultaten en doelen te behalen. Resultaatgebied Begeleiding Licht Begeleiding Midden Begeleiding Zwaar - Ondersteuning bij en opbouwen van een sociaal netwerk - Ondersteuning bij de thuisad-ministratie/ financiën - Ondersteuning bij zelfzorg - Ondersteuning bij het persoonlijk functioneren Beschrijving - Hulpvraag heeft betrekking op een mild enkelvoudig probleem in een (of meerdere) leefgebieden - Ondersteuning bij regierol; - Hoeft niet bij cliënt thuis; - Er is vermoedelijk langdurig ondersteuning nodig. Situatie op moment van indicatie: - Stabiele basis (ofwel op korte termijn een stabiele basis te kunnen creëren/ in stand houden); - Hoge mate van voorspelbaarheid; planbare zorg/begeleiding - Overzichtelijke problematiek. Beschrijving - Hulpvraag heeft betrekking op een ernstig enkelvoudig of meervoudig probleem in een (of meerdere) meerdere leefgebieden - Situatie moet gestabiliseerd worden; - Regierol moet (tijdelijk) overgenomen worden - Duidelijke aansturing nodig omdat er sprake is van gedragsproblematiek die invloed heeft op het behalen van een resultaat. Situatie op moment van indicatie: - Crisisgevoelig; - Overname van taken is nodig; - Meervoudige problematiek. Beschrijving - Er is ondersteuning nodig op meerdere leefgebieden; - Hulpvraag heeft betrekking op een complexe meervoudige probleem in een leefgebied of meerdere leefgebieden. - Als begeleiding midden te weinig resultaat biedt. - Uitgangspunt tijdelijk karakter. - Intensieve zorg nodig; - Wel regierol; - Er zijn meer betrokkenen; - Bij zorgmijdend gedrag. Situatie op moment van indicatie - Onvoorspelbaarheid; - Dreigende situatie; Onstabiel.

Rechtspraak bij dit artikel