**1..** De burgemeester roept ten minste 7 dagen voor een raadsvergadering de raadsleden, een commissievoorzitter ten minste 7 dagen voor een commissievergadering de commissieleden, de voorzitter van de raad ten minste 7 dagen voor een presidiumvergadering de presidiumleden, op door middel van een e-mail en het plaatsen van de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken in het RIS, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, respectievelijk de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken.
**2..** Als over de inhoud van stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, of artikel 86, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken in afwijking van het eerste lid op papier met de aanduiding ‘geheim’ verstrekt.
**3..** In spoedeisende gevallen kan de burgemeester respectievelijk de commissievoorzitter of de voorzitter van de raad na het verzenden van de oproep als bedoeld in het eerste lid een aanvullende voorlopige agenda opstellen.
**4..** Een aanvullende agenda als bedoeld in het derde lid wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raads- of commissievergadering per e-mail aan de leden gezonden. Deze aanvullende agenda wordt met bijbehorende stukken geplaatst in het RIS.
**5..** De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raad, de commissie of het presidium vastgesteld.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 1.
Artikel 10.