Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.

Vergoeding voor eigen vervoer en openbaar vervoer

Onderdeel van Beleidsregels vervoer jeugdwet

Een vergoeding voor het vervoer naar jeugdhulp kan alleen worden aangevraagd bij en verstrekt door het college. Een vergoeding is mogelijk voor bovengebruikelijke kosten, mits voldaan wordt aan de criteria beschreven in artikel 3 zonder b. Alleen de bovengebruikelijke vervoerskosten voor vervoer Jeugdwet worden vergoed. De gebruikelijke vervoerskosten zijn bepaald op € 30 per maand. Dit op basis van de berekening 8 contactmomenten x 5 km x twee (retour) x €0,37 = € 29,60. Het berekenen van de vervoersvergoeding voor eigen vervoer gaat als volgt: Aantal contactmomenten jeugdhulp (≥ 8) x aantal kilometers van het verblijfadres naar de jeugdhulplocatie (≥ 5 km) x twee (retour) x kilometervergoeding Reisregeling binnenland* - € 30 = gebruikelijke kosten. * In 2019 bedraagt de vergoeding € 0,37 per km. Het berekenen van de vervoersvergoeding voor openbaar vervoer gaat als volgt: Werkelijke kosten voor openbaar vervoer per maand - € 30 gebruikelijke kosten Tot de werkelijke kosten behoren zowel de kosten voor het openbaar vervoer van de jeugdige als de kosten voor het openbaar vervoer van de begeleider voor de vervoersbewegingen waarbij de jeugdige aanwezig is. In overleg met het Sociaal Team wordt binnen de mogelijkheden van de leerling (en de begeleider) de optimale route bepaald en vervolgens de minimale kosten voor deze route (bijvoorbeeld een U-pas, maand- of jaarkaart). Het uitkeren van de vergoeding gebeurt door periodieke bevoorschotting. Voor openbaar vervoer

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel