De volgende bevoegdheden worden gemandateerd aan de griffier:
alle bevoegdheden genoemd in de CAR en UWO, voor zover dit personeel binnen de griffie betreft;
de bevoegdheid om te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, voor zover de overeenkomst betrekking heeft op het werkgebied van de griffier, met uitzondering van overeenkomsten op personeelsgebied;
de bevoegdheid tot het aangaan van overeenkomsten op personeelsgebied, voor zover hier formatieruimte voor is. De werkgeverscommissie wordt geïnformeerd over de invulling van de formatieruimte;
de bevoegdheid om beslissingen te nemen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur;
de bevoegdheid om beslissingen te nemen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.