Betrokkene is de medewerker die ten minste een jaar in dienst is voor ten minste gemiddeld een halve betrekking en die een aanstelling heeft op grond van deze Verordening.
Op de medewerker die ten minste een jaar in dienst is voor ten minste gemiddeld een halve betrekking en met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten krachtens hoofdstuk 2, is deze regeling van overeenkomstige toepassing.
Het betaald ouderschapsverlof bedraagt een aaneengesloten periode van tenminste één en ten hoogste twaalf maanden en geldt voor ten hoogste twee dagdelen per week. Bij deeltijders wordt de omvang van het verlof vastgesteld naar rato van de werktijd.
Indien het dienstbelang niet toelaat dat het ouderschapsverlof wordt verleend op de wijze zoals in het derde lid omschreven, wordt na overleg met de betrokkene een afwijkende regeling getroffen. Deze regeling leidt niet tot een vermindering van het aantal uren ouderschapsverlof, waarop de betrokkene conform het eerste lid aanspraak maakt.
Wanneer de medewerker een invulling van het verlof wenst volgens de bepalingen van de Waz, wordt voor de doorbetaling rekening gehouden met de maximering zoals bedoeld in lid 3.
De ambtenaar meldt het voornemen om ouderschapsverlof op te nemen ten minste drie maanden voor de door hem gewenste ingangsdatum door middel van het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier.
De ambtenaar die voor een kind van al dan niet betaald ouderschapsverlof gebruik heeft gemaakt, heeft niet nogmaals voor datzelfde kind recht op al dan niet betaald ouderschapsverlof.