Sport kan een belangrijk middel tot participatie zijn. Wanneer het voor de cliënt zonder sportrolstoel niet mogelijk is om een sport te beoefenen, zijn de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn dan de voor een persoon zonder beperkingen voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport. In dat geval kan eventueel een sportrolstoel worden verstrekt. Wij verstekken hiervoor maximaal eens per drie jaar een PGB. De aanvrager moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening en de aanvrager moet zelf een deel van de kosten dragen. De aanvrager moet ook onderzoeken of het mogelijk is om via een liefdadigheidsfonds als bijvoorbeeld het Fonds Gehandicaptensport een vergoeding te ontvangen.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2
Artikel 5.2.1
Sportrolstoel
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Bergen (L) 2019