Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Artikel 12.

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Gemeente Westerveld 2007

1.. Met betrekking tot de structurele activiteitensubsidies en de budgetsubsidies worden ten aanzien van de professionele instellingen de volgende subsidiabele kosten onderscheiden: Personeelskosten. Huisvestingskosten. Organisatie- / materiële kosten. Activiteitenkosten. Afschrijvingskosten. Gemeentelijke belastingen en heffingen. Accountantskosten. 2.. Geen subsidiabele kosten zijn: Kosten van acties en dergelijke ter verwerving van inkomsten. Kosten van consumpties, traktaties, geschenken en attenties voor zover deze geen directe relatie hebben met de organisatie van de instellingen en hun activiteiten. Kosten verbonden aan festiviteiten ter gelegenheid van jubilea en dergelijke. Specifieke door ouders gemaakte kosten van aan activiteiten deelnemende kinderen en dergelijke. Materiële en financiële ondersteuning van derden. Kosten van barexploitatie inclusief het doen van de daarvoor benodigde investeringen. Kosten van levering van goederen en diensten aan derden, tenzij het college hiervoor vooraf toestemming heeft verleend en het derden betreft voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn. 3.. Op de subsidiabele kosten als bedoeld in het eerste lid worden de volgende baten in mindering gebracht: Eigen bijdragen van leden / deelnemers. Ontvangsten van renten van beleggingen. Ontvangsten van derden voor verrichte diensten. Uitkeringen van verzekeringen. Andere inkomsten waaronder sponsoring en donaties van gelieerde organisaties en instellingen. De baten worden in mindering gebracht op de kostensoorten waarop zij betrekking hebben. 4.. Niet in mindering gebracht worden de baten van incidentele acties die er specifiek op zijn gericht inkomsten te verwerven. Dat met in achtneming van het gestelde in artikel 19 betreffende de egalisatie- / risicoreserve.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel