Een aanvraag om subsidie bevat naast de in artikel 4:2, eerste lid van de wet en – indien van toepassing – artikel 4:61 van de wet genoemde gegevens, ter uitwerking van artikel 4:2, tweede lid van de wet:
Naam en adres van de instelling.
Samenstelling van het bestuur en de wijzigingen daarin ten opzichte van de vorige subsidieaanvraag.
Voorgenomen en doorgevoerde wijzigingen van de statuten.
Een activiteitenplan.
Een raming van de met de in het activiteitenplan vermelde activiteiten, samenhangende inkomsten en uitgaven.
Een inhoudelijk en financieel verslag van het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend.
Gegevens over de aard en omvang van het eigen vermogen van de instelling.
Extra gegevens aanvraag structurele activiteitensubsidie:
Naast de in het eerste lid genoemde gegevens bevat een aanvraag om een structurele activiteitensubsidie een beschrijving van bestuurlijke, organisatorische dan wel andersoortige verhoudingen met andere instellingen. Het in het eerste lid onder f. bedoelde verslag bevat een verslag van het meest recente boekjaar. Dit verslag bevat ten minste een door het bestuur van de instelling gewaarmerkte jaarrekening. De jaarrekening bestaat uit een balans, een staat van baten en lasten en een toelichting daarop.
Extra gegevens aanvraag budgetsubsidie:
Naast de in het eerste lid genoemde gegevens bevat een aanvraag om een budgetsubsidie tevens:
Een beschrijving van het beoogde resultaat van de activiteiten in relatie tot de gestelde doelen, uitgedrukt in meetbare resultaten.
Een begroting van de baten en lasten van het lopende boekjaar, het volgende boekjaar en een toelichting daarop.
Een globaal inhoudelijk en financieel plan voor de volgende drie boekjaren.
Een beschrijving van bestuurlijke, organisatorische dan wel andersoortige verhoudingen met andere instellingen en de wijze van samenwerking daarbij.
Een opgave van de subsidiemogelijkheden die de instelling bij de gemeente of bij derden heeft openstaan en van de mate waarin hiervan gebruik is of zal worden gemaakt.
Een opgave van de met de instelling gelieerde instellingen, alsmede van de aard van die betrekkingen met die instellingen, waarbij onder gelieerde instellingen in ieder geval wordt verstaan:
i.1. Instellingen waaraan de instelling die subsidie aanvraagt in het verleden om niet een bedrag van meer dan € 450 ter beschikking heeft gesteld en waarover de instelling op enig moment weer de beschikking kan krijgen.
i.2. Instellingen ten aanzien waarvan de instelling die subsidie aanvraagt een beslissende invloed heeft op de besteding van middelen dan wel invloed op de benoeming van één of meer bestuursleden.
i.3. Instellingen die statutaire bepalingen kennen op grond waarvan liquidatiegelden aan de instelling die subsidie aanvraagt kunnen toevloeien.
i.4. Instellingen ten aanzien waarvan statutair is bepaald dat deze (mede) tot doel hebben de instelling die subsidie aanvraagt financieel te ondersteunen.
i.5. Instellingen waaraan de instelling die subsidie aanvraagt diensten beschikbaar stelt.
Extra gegevens aanvraag incidentele activiteitensubsidie, inclusief een projectsubsidie:
Naast genoemde gegevens bevat deze aanvraag tevens:
Een uitgewerkt inzicht in de baten vanuit entreegelden, deelnemersbijdragen, sponsoring en andere vormen van inkomsten niet zijnde vanuit subsidie.
Een risicoanalyse betreffende de inkomsten en uitgaven.
De mate waarin de organisatie is verzekerd tegen calamiteiten die een effect kunnen hebben op het doorgang vinden de activiteit op zich en de inkomsten daaruit.
Extra gegevens aanvraag investeringssubsidie:
Aan instellingen, die voldoen aan de voorwaarden van deze verordening, kan door het college een investeringssubsidie worden verstrekt voor de kosten die worden gemaakt voor het verwerven, nieuw bouwen, dan wel verbouwen van opstallen. Dit onder de voorwaarde dat deze primair zullen worden gebruikt voor het huisvesten van door de gemeente gewenste en / of gesubsidieerde activiteiten.
a.Aan het verstrekken van investeringssubsidie, dan wel voor andere kapitaaluitgaven, worden de volgende nadere voorwaarden gesteld:
De ondergrond van de accommodatie dient in beginsel eigendom te zijn van de gemeente.
Indien de ondergrond en / of de accommodatie geen eigendom zijn van de gemeente zullen zekerheden moeten worden verkregen ten aanzien van:
De continuïteit van het huisvesten van door de gemeente gewenste en / of gesubsidieerde activiteiten.
Het aanwezig zijn van een sluitende meerjaren exploitatie over een periode van tien jaar van de (ver)nieuw(d)e accommodatie. Bij het berekenen van een sluitende exploitatie mogen niet worden meegerekend de inkomsten uit het huisvesten van (para-) commerciële activiteiten alsmede feesten en dergelijke van persoonlijke aard.
De meerjaren exploitatie moet, indien van toepassing, sluitend zijn, dit inclusief:
Een jaarlijkse dotatie in de voorziening groot planmatig onderhoud buitenschil en binnenschil op basis van een door het college goedgekeurd meerjaren onderhoudsplan.
De jaarlijkse bekostiging van het door de instelling zelf te financieren aandeel in de bouwkosten. Dit door het in de exploitatie opnemen van de af te schrijven kapitaallasten en de te betalen rente.
De afschrijvingstermijn dient te worden gebaseerd op de functionele en / of economisch levensduur van de investering, een en ander ter beoordeling en goedkeuring van het college.
In bijzondere gevallen kan, naar het oordeel van het college, van het in lid 14.i.4. gestelde worden afgeweken.
Een instelling die in aanmerking wenst te komen voor een investeringssubsidie,dient, onverminderd het bepaalde in de artikelen 11 en 17, tezamen met de aanvraag de volgende gegevens in:
Een materieel (programma van eisen en bestek) en financieel uitgewerkt investeringsplan.
De door het college goedgekeurde (bouw)tekeningen, alsmede een kadastrale perceelsaanduiding.
Een verleende investeringssubsidie bedraagt ten hoogste eenderde van de totaal geraamde investeringslasten. De ramingen ten aanzien van deze investeringslasten moeten, als de aanvraag tot subsidieverlening de € 10.000 te boven gaat, worden onderbouwd door door twee ondernemingen ingediende offertes.
De instelling zal op basis van een door de gemeente te accorderen meerjaren exploitatieopzet, inclusief de te verwachten gemeentelijke subsidies, moeten aantonen dat zij de mogelijkheden hebben tot financiering voor de periode van tien jaar.
Het college kan bepalen dat voor de beoordeling van de subsidieaanvraag inzicht wordt verschaft in de door de instelling te verkrijgen andere inkomsten.
Voor zover aantoonbaar geen andere inkomstenbronnen kunnen worden aangewend, kunnen de volgende kosten voor het verkrijgen van een investeringssubsidie in aanmerking komen:
Ten aanzien van de bouw- en / of aanlegkosten van een buitensportaccommodatie:
Kleed- en wasaccommodatie volgens de door de desbetreffende bond gehanteerde inrichtingseisen.
De aanleg van speelvelden voor ten hoogste het aantal dat door de desbetreffende bond wordt gehanteerd ten aanzien van de bespelingsdichtheid. Dit in relatie tot het gemiddelde aantal aan competitie deelnemende teams gedurende de laatste vijf wedstrijdseizoenen.
De aanleg van ten hoogste één trainings-/wedstrijdveld.
ii.Ten aanzien van de bouw van een binnensportaccommodatie:
Kleed- en wasaccommodatie volgens de door de desbetreffende bond gehanteerde normen.
De aanleg van een oefenruimte die voldoet aan de door de desbetreffende bond daartoe gehanteerde normen.
Ten aanzien van de bouwkosten van een welzijnsaccommodatie:
Ruimten voor de door de gemeente gewenst geachte en / of gesubsidieerde activiteiten, qua aantal en omvang en inhoud gebaseerd op het gemiddelde gebruik gedurende de laatste 5 kalenderjaren.
Het college kan aan instellingen, die op grond van deze verordening voor een subsidie in aanmerking komen, leningen ter zake van nieuwbouw, verbouw en eerste inrichting van accommodaties, dan wel voor andere kapitaaluitgaven van de instelling verstrekken, onder nader door het college te stellen voorwaarden.
Het college kent een investeringssubsidie toe, voor zover het door de gemeenteraad hiervoor beschikbaar gestelde budget dit toelaat.
Bij aanvaarding van de investeringssubsidie, dient de instelling zich te verplichten:
De accommodatie niet zonder toestemming van het college met hypotheek of andere zakelijke rechten te bezwaren.
Voor vervreemding of verandering van bestemming van de accommodatie vooraf schriftelijke toestemming van het college te verkrijgen.
Zodra de instelling de accommodatie waarvoor investeringssubsidie is verstrekt naar het oordeel van het college niet meer overeenkomstig haar bestemming gebruikt, is zij verplicht de ontvangen subsidie terug te betalen, voor zover de accommodatie niet reeds is afgeschreven in overeenstemming met het door het college goedgekeurde percentage.
Eerste subsidieaanvraag:
Indien een instelling voor de eerste keer subsidie aanvraagt, wordt naast de gegevens die worden genoemd in het eerste en - voor zover van toepassing – tweede tot en met derde lid, een exemplaar van de oprichtingsakte, statuten of reglement overgelegd.
Instellingen die een waarderingssubsidie ontvangen kunnen volstaan met een globale omschrijving van de activiteiten en een eenvoudig ingerichte begroting, exploitatierekening en balans.
De raad en het college kunnen met betrekking tot de subsidieaanvraag nadere regels vaststellen.
Het college kan met betrekking tot de verschillende subsidiesoorten aanvraagformulieren vaststellen waarin de in lid 1 tot en met 8 opgenomen vereisten nader zijn uitgewerkt en verwerkt.