**1..** Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats voor zover deze naar de mening van het college in voldoende mate van een direct aanwijsbaar belang voor de gemeente en / of haar inwoners zijn, passend binnen het door de raad geformuleerde beleid en die door het college als subsidiabel worden aangemerkt.
**2..** Niet subsidiabel zijn in ieder geval activiteiten die partijpolitiek, godsdienstig en / of levensbeschouwelijk van aard zijn, voortvloeien vanuit partijpolitieke, godsdienstige en / of levensbeschouwelijke motieven dan wel een vorming en / of een verspreiding ter zake tot doel hebben.
**3..** Subsidiëring van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats indien de instelling zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie daarvan.
**4..** Ten aanzien van subsidies van zowel structurele als incidentele aard worden jaarlijks door de raad, aansluitend aan de vaststelling van de begroting, per functie / product subsidieplafonds vastgesteld en bekend gemaakt. Aanvragen om een incidentele subsidie geschieden met inachtneming van het bepaalde in artikel 14.
**5..** Subsidieplafonds worden vastgesteld op twee niveaus met verschillende verdeelcriteria:
Budgetsubsidies betreffende professionele instellingen, verstrekt op basis van het tendersysteem in casu de verhouding tussen prijs, kwaliteit en kwantiteit.
De overige subsidiesoorten, primair verstrekt op basis van genormeerde bedragen en in de overige gevallen op basis van al naar gelang het beschikbare subsidiebudget te variëren subsidiecriteria.
**6..** Het niet volledig compenseren van loon- en prijsontwikkelingen, op de totstandkoming waarvan de gemeente geen directe invloed heeft, wordt niet beschouwd als vermindering van subsidie.