Speciale uitvoeringspraktijk t.a.v. urgentieaanvragen in Houten
a)
Urgentiemogelijkheid bij gezinsuitbreiding zonder zelfstandige woonruimte [art. 2.5.1 en 4.3 Huisvestingsverordening]
B&W kunnen door toepassing van de hardheidsclausule urgentie toekennen in geval van gezinsuitbreiding zonder zelfstandige woonruimte. De volgende voorwaarden worden gesteld:
de urgentieaanvrager moet gaan samenwonen vanaf het moment van de gezinsuitbreiding (geboorte van een kind);
er moet een kopie van huwelijksakte, geregistreerd partnerschap of notarieel vastgelegd samenlevingscontract worden overgelegd;
het kind moet op het moment van de aanvraag tenminste één jaar oud zijn;
de aanvrager moet samen met de partner geregistreerd zijn als woningzoekende;
het huurcontract van de toekomstige woning moet op beider naam komen (in geval van minderjarige op naam van de ouder, met aantekening dat op moment van meerderjarigheid deze weer in de plaats komt van de ouder);
beide partners hebben nooit zelfstandig gewoond en moeten minimaal twee jaar inwonend zijn op het moment van de urgentieaanvraag.
in elk geval de moeder moet op het moment van gezinsuitbreiding (d.i. geboorte van het kind) ingeschreven staan in de Basis Registratie Personen van Houten en op dat moment ook minimaal twee jaar inwonend zijn; ook het kind moet vanaf de geboorte in Houten ingeschreven staan.
Het bovenstaande geldt voor een situatie met twee ouders. Voor een situatie met één ouder wordt de eis gesteld dat deze nooit zelfstandig heeft gewoond en sinds minimaal twee jaar voorafgaand aan de geboorte van het kind inwonend moet zijn in Houten, blijkend uit de Basis Registratie Personen. Een urgentie wordt dan afgegeven als het kind tenminste de leeftijd van één jaar heeft bereikt.
b)
Urgentietoekenning bij overlastsituaties (na advies lokale Werkgroep Sociale Problemen of een rechtmatige opvolger of op voordracht woningstichting Viveste) [op basis van ‘beheerdersbelang’, artikel 2.6.3cHuisvestingsverordening].
B&W kunnen vanwege het beheerdersbelang urgentie toekennen bij overlastsituaties. Hiervoor wordt advies gevraagd van de lokale Werkgroep Sociale Problemen of een rechtmatige opvolger.
c)
Noodsituatie buiten eigen schuld [art. 2.5.1 lid 2d Huisvestingsverordening]
Een situatie waarin eigen schuld wordt aangenomen, is die waarin de huur vrijwillig of onvrijwillig is opgezegd, dan wel de huurovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden vanwege het in gebreke blijven van de huurder. Het kan dan onder meer maar niet uitsluitend gaan om hennepteelt, overlast, huurschuld, opslag van brandgevaarlijke materialen of strafbare feiten die vanuit het gehuurde worden gepleegd.
In een dergelijke situatie wordt geen urgentie verleend.
Een andere situatie waarin sprake is van eigen schuld, is die waarbij een woningzoekende op basis van het laatste-kans-beleid op basis van artikel 2.3.1 lid 3 van de verordening een woning toegewezen heeft gekregen en wederom de woning moeten verlaten vanwege overlast of een huurschuld. Deze woningzoekende komt niet voor urgentie in aanmerking.
d)
Mogelijkheid medische urgentie bij inwoning [art. 2.5.1 en 4.3 Huisvestingsverordening]
B&W kunnen door toepassing van de hardheidsclausule urgentie toekennen in de situatie van een inwonende woningzoekende die om medische redenen in een onhoudbare woonsituatie verkeert. De medische problematiek mag echter niet het gevolg zijn van de inwoning zelf, noch mag deze op het moment van de start van inwoning voorzienbaar worden geacht.
e)
Overige door de woningzoekende niet te voorziene situaties [art. 4.3 Huisvestingsverordening]
Behalve de voornoemde situaties kunnen zich ook andere situaties voordoen waarin toepassing van de hardheidsclausule op haar plaats is. Het moet gaan om een acute onhoudbare en/of levensbedreigende noodsituatie, die door de woningzoekende zelf niet had kunnen worden voorzien; de problemen mogen dus niet verwijtbaar zijn aan de woningzoekende zelf. Of sprake is van een dergelijke situatie beoordelen B&W, op advies van de urgentiecommissie.
f)
urgentie voor tijdelijke woningen aan Hoge Schaft
Woningzoekenden die met een urgentie een tijdelijke woning aan de Hoge Schaft krijgen toegewezen behouden de inschrijving in de woningzoekendenregistratie van Woningnet.
g) voorrang voor specifieke economisch gebonden woningzoekenden (art. 4.3)
Volgens de Regionale huisvestingsverordening is het college van B&W bevoegd om in de gevallen waarin de toepassing van deze verordening tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening. Hierbij moet de noodzaak aangetoond en achteraf verantwoord kunnen worden. Dit om te voorkomen dat de hardheidsclausule een achterdeur wordt om oneigenlijk, versneld aan een sociale huurwoning te komen. Voor de onderstaande specifieke groepen economisch gebonden woningzoekenden wordt onder voorwaarden voorrang verleend om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning.
Wat betreft het toepassen van deze hardheidsclausule voor de huisvesting van brandweervrijwilligers:
De korpsleiding zal de noodzaak moeten aantonen met een goede onderbouwing.
Gelet op de schaarste aan sociale huurwoonruimte is het nodig om een aantal regels te stellen:
De aanvrager is woonachtig in de gemeente Houten (woont onzelfstandig) en/of de aanvrager is minimaal 16 uur per week werkzaam in de gemeente Houten.
De aanvrager heeft een vaste aanstelling bij de VRU (Veiligheidsregio Utrecht) als vrijwilliger bij één van de vrijwilligerskorpsen in de gemeente Houten.
De aanvrager voldoet aan alle passendheidseisen van de Regionale huisvestingsverordening (waaronder inkomen).
De aanvrager staat ingeschreven in de regionale woningzoekendenregistratie bij WoningNet.
De aanvrager heeft voorafgaand aan de aanvraag voldoende zoekgedrag getoond (gedurende aaneengesloten 6 maanden gemiddeld minimaal 6 reacties per maand op het woningaanbod op www.woningnet.nl).
De aanvraag moet worden ondersteund door de korpsleiding. Deze moet ingaan op de noodzaak en een onderbouwing waarom onaanvaardbare risico’s kunnen ontstaan (zoals van onderbezetting en slechte scores van de toezichthouder ten aanzien van de uitruktijd e.d.).
Over het woningtype waarvoor de aanvrager in aanmerking komt, als deze urgent wordt verklaard, via het zoekprofiel, zijn bepalingen opgenomen in artikel 9 van de Beleidsregels woonruimteverdeling gemeente Houten (vastgesteld 19-9-17). Een 1-persoonshuishouden krijgt in een dergelijke situatie een zoekprofiel voor een 1- of 2-kamer bovenwoning of benedenwoning of appartement of benedenmaisonette of bovenmaisonette met een kale huur tot aan de betreffende aftoppingsgrens van de huurtoeslag. Dit zoekprofiel is uitsluitend geldig voor dergelijke vrijkomende sociale huurwoningen in de gemeente Houten.
Wat betreft het toepassen van deze hardheidsclausule voor de huisvesting van onderwijzers in het basisonderwijs en het middelbaar onderwijs en voor de huisvesting van verplegend en verzorgend personeel:
Er moet sprake zijn van een vast dienstverband (geen freelancer) van minimaal één jaar en de proeftijd moet zijn doorlopen (of een uitzicht op een vaste baan);
Op het moment van het aangaan van het dienstverband en op het moment van het aanvragen van de urgentie moet de woon-werkafstand gelijk zijn aan of verder dan 50 kilometer (enkele reis);
Er moet sprake zijn van volcontinue diensten van minimaal 16 uur per week;
De standplaats moet op het grondgebied van de gemeente Houten zijn;
De aanvrager heeft voorafgaand aan de aanvraag voldoende zoekgedrag getoond (gedurende aaneengesloten 6 maanden gemiddeld minimaal 6 reacties per maand op het woningaanbod op www.woningnet.nl).
De aanvrager voldoet aan alle passendheidseisen van de Regionale huisvestingsverordening (waaronder inkomen).
De aanvraag moet worden ondersteund door de werkgever. Deze moet ingaan op de noodzaak en een onderbouwing waarom onaanvaardbare risico’s ontstaan (zoals van onderbezetting).
Voor wat betreft de categorie onderwijzend personeel gelden bovenstaande voorwaarden met uitzondering van de eis van volcontinue uitoefening van de werkzaamheden. Het moet gaan om personeel in dienst van een basisschool of middelbare school in Houten.
De voorrang voor deze hierboven genoemde beroepsgroepen geldt tot een aantal van maximaal 3 huishoudens per jaar. Dit wordt periodiek geëvalueerd.